Profielschets van een protestant in België
Als in België iemand zegt: 'ik
ben christelijk'. dan bedoelt hij: ik ben roomskatholiek. Het begrip
'christelijk' is door de bewogen godsdienstgeschiedenis van ons land zozeer
synoniem geworden met 'rooms-katholiek', dat alles wat daarnaast er nog aan
christelijke godsdienst blijkbaar, alleen nog maar onder het dakje van 'andere
erediensten' kon (kan?) worden geplaatst. Dit taalgebruik is veelzeggend,
onthullend en voor een protestant ook altijd ietwat pijnlijk (vgl: Dominus
lesus). Dat een protestant zichzelf namelijk wet degelijk als behorend tot de
'katholieke' (= wereldwijde) christelijke Kerk beleeft, wordt door het Vlaamse
taaleigen ontkend. Zelf heb ik wel eens overwogen mijzelf hier
'hervormd-katholiek' te noemen, maar ja dat ligt dan bij de protestanten weer
gevoelig.
Wat is het protestantisme dan
precies? Welnu, dat is een lastige vraag. 'Het' protestantisme bestaat niet en
is dus moeilijk te omschrijven, temeer daar het zich‑niet‑definiëren‑laten
misschien wel één van de weinige constituerende elementen van het protestantisme
is, als u begrijpt wat ik bedoel. Om het met een (volgens mij van origine Joods)
bon mot te zeggen: Neem één protestant en je hebt een overtuiging. Neem er twee:
je hebt een kerk. Zet er een derde bij en je hebt een schisma.
In het onderstaande
doe ik een bescheiden poging om het profiel van een
protestantse christen te schetsen door een aantal karakteristieke trekken naar
voren te halen. Het voordeel is dat het dan een sprekend gezicht wordt, het
nadeel is dat door het wegvallen van de nuances het ook over kan komen als een
karikatuur, waarvoor mijn excuses.
l. Protestant word je door
bewuste keuze, niet zozeer voor de protestantse
kerk (dat is een - ook binnen de protestantse kerk
zelf - veel voorkomend misverstand), maar voor de God,
zoals we die in de Bijbel leren kennen. Dat laatste (de referentie naar de
bijbel) is natuurlijk ook een
protestantse karakteristiek. maar is ook wel een
beetje een nietszeggend, omdat
a. 'de bijbel' ook in protestantse middens object
van vertolking en interpretatie is en verschillende facties hevig twisten over
wat nou wel en wat nou niet 'bijbels' is.. èn
b. omdat de bijbel
natuurlijk ook constitutief is voor elke
andere christelijke kerk.
Maar zelfs als we daar
rekening mee houden, dan blijft toch staande dat een protestant een overtuigd bijbels
christen 'wil zijn' en daarbij altijd een min of meer bewuste keuze vraagt of
veronderstelt. Gewoontechristenen of
traditie-protestantisme kent de protestantse kerk wel, maar de
gemiddelde protestant heeft ooit gekozen en staat ervoor.
2. Een protestant kan ook altijd min of meer
verwoorden wat hij gelooft en
wat niet. Hij wil de waarheid van zijn geloof weten of vinden. Geloven op gezag
is hem altijd al moeilijk gevallen. Hij zal het zèlf wel beslissen: Bewijzen en
argumenten op tafel! Een discussiecultuur kenmerkt de protestantse kerk. Ruzie
en totaal afhaken (lidmaatschap opzeggen) gebeurt hier radicaal. Het hoeft dan
ook niet te verbazen dat rationalisme en protestantisme goed bij elkaar passen
('al te goed' schreef ik in een opwelling van eerlijkheid, maar dit terzijde).
Door de enorme concentratie op 'het Woord' (m.n. in zijn schriftgeworden vorm)
wint het redeneren het van de spiritualiteit in protestantse middens. In de protestantse wereld is het duidelijk dat het Griekse woord voor 'Woord'
(logos) ook aan de basis ligt van ons woord voor logica. Eenvoudige
dogmatiekjes, ouderwets (catechismussen) of moderne (Kuitert) doen het in de
protestantse wereld nog steeds goed.
3. Ook karakteristiek voor protestanten is de 'andere kant' van het
rationalisme, nl.: het activisme (in de zin van: 'doe-mentaliteit'). De
concentratie op het woord, de leer en de preek leidt tot een duidelijke ethiek
en maatschappijvisie: de teer moet immers toegepast worden. Hierbij hoort een
anti-comtemplatieve moraal en wantrouwen tegenover woordeloze 'mystiek'.
Zijnsondanks is de gesjeesde calvinist, Allard Pierson, door en door protestant
als hij schrijft: "werk! mijmer niet..." Hier ligt m.i. het waarheidselement van de
zwaar overdreven these van Max Weber, dat calvinisme oorzakelijk verbonden kan
worden met het ontstaan van een arbeidsethiek die het kapitalisme heeft mogelijk
gemaakt. Deze doementaliteit is ongetwijfeld één van de wortels van haar
maatschappelijk succes (de ondernemingsgeest van de white, anglosaxon, male,
protestant, USA). Persoonlijk vind ik het ook één van de zwakste plekken van het
protestantisme (en van onze samenleving, want via de 'Verlichting' heeft deze
trek van het protestantisme de hele samenleving veroverd,vrees ik). Het 'geheimenis' van het leven komt
onder druk te staan als het leven zelf door een tweespan ratio-actio wordt beheerst, maar ook dit terzijde.
4. Vervolgens kunnen we constateren, dat het protestantisme met zijn nadruk
op de gelijkheid van ieder mens voor God (het 'algemeen priesterschap der
gelovigen', noemt men dat ook wel eens, vgl. 1 Petrus 2:9) nog steeds een
emanciperende werking heeft op groepen in samenleving en kerk, die door de
heersende ideologie worden achtergesteld. Het Paulinische principe 'in Christus
is man noch vrouw, Jood noch Griek (pars pro toto voor 'goj'), slaaf noch vrije' werkt hierin door. Het zal
wel geen toeval zijn dat in de protestantse traditie de vrouw het eerst
kerkelijkambtelijk is gaan meespelen, niet zonder protest (want het
schriftgeworden woord wijst het expliciet af, laten we eerlijk zijn !) maar toch. Een onstuitbare
vrijheidsmin en een instinctieve afkeer van alles wat zelfs maar vanuit de verte
lijkt op 'hiërarchisch' denken completeren deze karaktertrek.
5. Een typische Belgische
protestantse karaktertrek is dat de protestant als
lid van een minderheid een groot besef van eigenheid heeft ontwikkeld. Hij is er
fier op protestant te zijn. Het scheldwoord van den beginne werd zijn erenaam:
geus! Tegelijk kan deze sociologische omstandigheid misschien de gevoeligheid
voor andere minderheden verklaren, die tot uiting komt in een relatief goed en
groot uitgebouwd diakonaal/sociaal netwerk in en vanuit de protestantse wereld.
Voor een lid van een minoriteit klinkt 'recht' (iets om naar te verlangen,
verlossend) anders dan voor een machthebber (iets om zijn eigen positie te
handhaven, machtsmiddel). Dit geldt temeer voor een minderheid die weet wat het
is om verdrukt te zijn geweest. Anderzijds vind ik deze positieve argumentatie
wel erg propagandistische klinken...
6. De overtuigende, evangeliserende trek
die het protestantisme wereldwijd
ook kenmerkt is ook af te leiden uit het feit dat een protestant over het
algemeen een doordachte overtuiging koestert, die hij/zij zich kiezend heeft
toegeëigend.
Iemand die uit vrije overtuiging voor een godsdienst kiest, wil ook anderen
overtuigen, al was het maar om zichzelf opnieuw te overtuigen. De vrije kerken
(De Vrije Evangelische gemeenten van de B.E.Z. (Belgisch Evangelische Zending),
Pinksterpemeenten etc...) en de sekten (Jehovah-getuigen, Mormonen) zijn op dit
terrein tegenwoordig meer actief dan de gevestigde kerken. Dit is een
opmerkelijke ontwikkeling, daar de meeste protestantse kerken over het algemeen
zelf ook uit 'evangelisatie' zijn ontstaan (meestal in de tweede helft van de
19de en begin van de 20ste eeuw). De parochies van de door overheid als
'eredienst' erkende Verenigde Protestantse Kerk in België (V.P.K.B.) brengen hun
overtuiging tegenwoordig meer in diakonale (sociale) en culturele verpakking
naar buiten en dan ook nog bij voorkeur in oecumenisch verband. Zij zijn in dat opzicht
dus echte 'traditionele' kerken geworden.
Rest mij nog een waarschuwing als slotopmerking: de eerste protestant die u
tegenkomt en die u deze profielschets voorhoudt, zal ongetwijfeld zeggen, dat
hij zichzelf er niet in herkent. Wanhoop dan niet, want juist dit bewijst dat
hij een echte protestant is en deze profielschets klopt.
© Dick Wursten
2002
aangepast voor de
ARK-Berichten in 2004
laatste update
12/11/2005
|