









|
|
Die vreemde Luther ?
Heeft Luther de mens van de 21ste eeuw nog wat te zeggen
of moet hij ook maar bijgezet worden in het rariteitenkabinet van
historische persoonlijkheden?

Binnenkort is het weer Hervormingsdag, d.w.z. de dag waarop de
protestantse wereld terugdenkt aan één van de cruciale momenten
in haar eigen wordingsgeschiedenis: het publiek maken van de 95
stellingen tegen de aflaat op de vooravond van Allerheiligen 1517
door Martin Luther. Vandaar deze uitzending. De vraag die ik
vandaag aande orde wil stellen is heel elementair: Heeft
Luther de mens van de 21ste eeuw eigenlijk nog wel wat te zeggen
of moet hij ook maar bijgezet worden in het rariteitenkabinet van
historische persoonlijkheden? Ik zal eerst deze vraag nog
wat compliceren en daarna mijn persoonlijke visie op deze zaak te
geven.
De tijd waarin Luther leefde was een heel andere tijd dan de
onze. Wij kunnen ons bijna niet meer voorstellen, hoe het was om
toen te leven.. toen: We noemen het wel het begin van de "nieuwe
tijd", maar vanuit vandaag gezien was alles anders. Een tijd
zonder electriciteit, zonder computers, zonder centrale
verwarming, zonder radio, zonder medische zorg en ziekenhuizen,
een tijd van grote kindersterfte, pestepidemieën met een
levensverwachting van ... 30 jaar - 40 jaar ?? Het begin van de
16de eeuw.En hoe meer je je in de geschriften van iemand uit die
tijd verdiept, hoe meer je je juist van die afstand bewust wordt.
Veel 'bloemlezingen' uit Luthers werk zijn wat dat betreft
verraderlijk. Uitgevers hebben dan al geselecteerd op wat zij 'bevattelijk',
'toepasselijk' en 'verkoopbaar' achten voor deze tijd, zodat je
onvermijdelijk Luther naar je zelf toe interpreteert.
Dat die tijden echt anders waren, wordt pijnlijk duidelijk -
zou ik bijna zeggen - , als je je richt op de vraag, die Luther
bezig hield en - daarmee samenhangend - op het antwoord dat hij
op die vraag vond. Die vraag was toen razend actueel en zijn
antwoord niet zozeer nieuw als wel wereldschokkend, zo schokkend,
dat hij uit de kerk werd gezet, ... en uit de samenleving werd
verbannen. Immers: nadat de bul van de paus hem tot ketter
verklaarde, volgde de bul van de keizer die hem 'vogelvrij'
maakte: een echte outlaw, die Luther.
En wat was dan die prangende vraag:
-
- Hoe word ik rechtvaardig voor God? Of
andersom geformuleerd:
- Hoe bekom ik, dat God mij genadig zal zijn?
Zeg nou zelf: Als je in onze tijd een avond zou organiseren
met deze vraag op de affiche, zouden er bepaald geen massa's op
afkomen. In zijn tijd beslist wèl!
Hoe word ik rechtvaardig voor God?
Luther zat daarmee, en met hem vele van zijn tijdgenoten. Ja
heel de laat-middeleeuwse samenleving was doortrokken van deze
zaken. De godsdienst draaide om deze zaak,
draaide voor een groot deel ook op deze zaak: de
boete en biechtpraktijk, de aflaatverkoop, de pelgrimages, de
bedevaarten.. De kerk bood de mens, die bezorgd was om zijn
eeuwig zieleheil, een heel systeem aan om rust voor zijn ziel te
vinden....Dé uitweg bij uitstek had Luther gekozen: Hij was het
klooster ingegaan. Alle mogelijkheden die het kloosterleven bood
om Gods genade te verwerven greep hij aan: vroomheidsoefeningen,
zelfonderzoek, strenge askese, vasten en aan de andere kant:
diepgaande theologische studie, nauwgezette omgang met de
kerkvaders en dagelijkse liturgie...
Maar, diep in zijn hart, bleef de onrust bestaan, ja hoe meer
hij zich inspande om 'goed en vroom' te leven, rechtvaardig te
zijn, hoe meer de twijfel aan hem begon te knagen, of het ooit
zou lukken. De zonde, de slechte neigingen, het kwaad bleek ook
in de monniksziel niet uit te roeien. Integendeel zelfs ! moest
Luther eerlijk bekennen (èn eerlijk was hij): Op subtiele wijze
stak zij juist in de grootste vroomheid en de hevigste
versterving de kop op. Luthers' vertwijfeling groeide en werd tot
een dodelijke angst voor God, de rechtvaardige rechter.
Hierin was hij serieuzer dan de kerk zelf, roomser dan de paus.
De kerk nam al die zaken iets lichter. Zij stelde, dat God
toegeeflijker was dan Luther meende, zeker als men zich aan de
regels van de kerk hield, trouw ging biechten, ter communie ging
etc...Als je dat nou maar deed, dan zou het allemaal wel goed
komen. Van deze ook theologische gerechtvaardigde tendens maakten
de aflaatverkopers op hun beurt weer dankbaar gebruik om hun
omzet te vergroten: "Als 't muntje in mijn bakje klinkt, 't
zieltje in de hemel springt" zei de grootste onder hen: Herr
Tetzel.
Deze praktijk - die zo haaks staat op de ernst waarmee Luther
zelf met deze zaken omging -, was voor Luther de druppel die de
emmer deed overlopen; Dat aflaatgekraam, die onbeschaamde handel
in Gods genade bracht hem ertoe naar buiten te treden en zijn "95
stellingen tegen de aflaat" aan de deur van de
slotkapel van Wittenberg te nagelen. Een uitdaging was dat tot
een publiek debat over deze zaken. Een oproep om hierover eens
een ècht degeljk colloquium te houden. Dat dit appèl tot meer
dan een academische zitting zou leiden, kon Luther toen ook niet
voorzien, hoewel hij wel vermoedde dat het ietsje meer kon worden
dan een debat onder intimi... Hij was ook niet gek.
Terug naar zijn oer-vraag: Hoe word ik rechtvaardig voor
God?
Deze vraag was voor hem dus een existentiële vraag, dat hebt
u inmiddels wel begrepen. Maar wat was nou het revolutionaire
antwoord, dat zo'n weerklank vond in de harten van talloze
Europeanen. Welnu: Vooreerst vond hij géén antwoord, hij
geraakte alleen maar dieper vast in zijn angst, maar in z'n
vertwijfeling klampte hij zich vast aan het enige waar hij nog
redding van verwachtte: de Heilige Schrift. Hierin is Luther een
echt mens van de nieuwe tijd, humanist met het adagium: Ad
fontes ! (terug naar de bronnen). Geen overgeleverde leer,
geen traditionele autoriteit, neen: checken, na-lezen, zelf lezen:
de bijbel. En dan mogen paus en concilie zeggendat het allemaal
zo'n vaart niet loopt.. dat verliest zijn gewicht als de bronnen
anders aangeven..
En daar is het dan gebeurd, al lezend in de bijbel, puttend
uit die oerbron van het christelijk geloof, dat Luther een licht
is opgegaan. En dat licht is voornamelijk aangestoken door de
apostel Paulus, ook al zo'n eigenwijze en vreemde kerel trouwens:
-
- Hoe word ik rechtvaardig voor God? vroeg
Luther
- Hou maar op, dat zal je nooit lukken.,
antwoordde Paulus.
Alle inspanningen en oefening ten spijt, alle kerkelijke
wetten, procedures en aflaten ten spijt. Het zal je nooit lukken.
Als God naar objectief recht zou oordelen, dan kan géén mens
bestaan. Dit inzicht, dat in eerste intantie negatief is en zo
ook jarenlang ingewerkt heeft op Luther, is op een gegeven moment
voor hem veranderd in een evangeliewoord, een blijde boodschap.
Terugblikkend beschrijft hij het later zo:
"Ik haatte het woord "gerechtigheid":
het vervloekte en verdoemde mij. Ik zei tegen God: Houdt gij
dan nooit op mij te plagen met uw toorn? Maar ik hield
onderwijl ook niet op te bonzen tegen dat woord van Paulus: "De
rechtvaardige zal door het geloof leven". En ineens
zag ik het: wij leven, wij léven niet door ons doen,
maar (door het geloof) doordat God ons zijn gerechtigheid schenkt
in Christus. Toen werd die tekst van de apostel Paulus mij
tot een porta paradisi, tot de deur van het paradijs.
Misschien dat dat nog pure abacadabra is voor u, protestants-christelijke
geheimtaal. Laat ik daarom eens proberen hetzelfde anders te
zeggen: Luther heeft ervaren dat ook de religieuzemens
zijn leven niet kan zekeren en verzekeren door z'n uiterste best
te doen. Ja, hij heeft tot in het diepst van zijn ziel gevoeld,
dat het notabene God zelf is, die het
levensprojekt van de mens problematiseert, die hem in de
vertwijfeling kan werpen. Dat heeft Luther allemaal doorleefd.
Zijn leven werd erdoor geremd, zijn levensenergie gestremd.
Hij begon God er inwendig om te haten (wat natuurlijk niet
bevorderlijk is in het innerljk gevecht met zichzelf om God
genadig te stemmen)... Hoe wordt ik - dan - rechtvaardig voor
deze God?Dat lukt toch nooìt.. en - opeens, maar het was
niet zo opeens natuurlijk - kreeg deze negatieve vaststelling een
positieve klank, straalde uit dit duister hem een hemels licht
tegemoet.. , toen hij begreep, dat je het niet moest proberen!
Dat je dáár niet de hele dag mee bezig moest wezen: proberen
bij God in een goed blaadje te komen, dat je gewoon uit het
geloof moet léven.. uit het geloof dat God in Jezus Christus je
genadig aanziet.
Hoe word je dus rechtvaardig voor God?
Door op te geven te proberen rechtvaardig voor God te worden
en hem met van alles en nog wat mild te stemmen of om te kopen,
af te kopen... En in plaats daarvan je gewoon op leven en dood
toe te vertrouwen aan God... en dat kun je doen in goed
vertrouwen, want deze God ìs geen toornende tiran, geen ijskoude
scherprechter, neen: hij is de God en vader van zijn lieve Zoon...,
Hij is een God die gerechtigheid schenkt, en niet karig ook -
mondjesmaat als je goed je best hebt gedaan -, neen: Hij schenkt
mild en overvloedig, genade, eer, alles, ja als het moet:
zichzelf...Zó krijg je een 'genadige' God, of liever: die had je
altijd al, maar je wist het niet omdat je zo met jezelf en m'n
eigen rechtvaardiging bezig was...
Goed tot zover Luther in de 16de eeuw...
Terzake nu:
De moderne mens - en dat ben ik ook, vergis u niet - is niet
meer op deze wijze met zijn geloof en met God bezig. De meeste
protestanten ook niet. De moderne mens draait de vraag van Luther
zelfs vaak om:Niet: hoe wordt ik rechtvaardig voor God, maar:
Hoe wordt God rechtvaardig voor mij...
De mens vindt zichzelf tegenwoordig het
probleem niet meer (alhoewel dat de laatste tijd toch weer aan
het veranderen is naar mijn gevoel: ook de mderne mens is van
zijn troon gevallen), zoals in Luthers tijd nog het geval was;
neen: God is problematisch geworden. Hij ìs
niet meer zo souverein en vanzelfsprekend als in Luthers dagen,
laat staan ontzagwekkend. Hij moet zich tegenwoordig voor onze
forums komen rechtvaardigen, bijv... in verband met de ellende in
de wereld, de dreigende zinloosheid van mijn bestaan enz.. God,
waarom heb jij er niets aangedaan? Als er in onze tijd nog naar
God gevraagd wordt, dan is het in deze richting. Soms gebeurt dat
ernstig, existentieel, vaak ook buitengewoon oppervlakkig, bijna
als uitvlucht om er zèlf niets aan te hoeven doen.Maar goed, wat
programmatisch gezegd: De heilsvraag is vervangen door een vraag
naar zin en zingeving. Wat is de zin van mijn leven? Wat kan God
daaraan bijdragen? Slaagt Hij er niet in om een bevredigend
antwoord te geven, dan wordt Hij op het matje geroepen of gewoon
afgeschreven...
Luther zou enorm geshockeerd zijn, dat in de eerste plaats,
door deze brutaliteit: Dat wij God ter rechtvaardiging zouden
kunnen roepen ! Maar toch heeft hij ook op deze moderne vraag,de
vraag naar 'zin' en 'zingeving' wel iets te zeggen. Dat is
eigenlijk niet zo verwonderlijk, omdat de vraag die hìj stelde
geen theoretische, maar een existentiële vraag voor hem was.
Zijn hele bestaan stond of viel ermee. De heilsvraag is voor
Luther dus tegelijk de zinvraag geweest. Bij hem vielen die twee
gewoon samen. De genade die je ontvangen mag, dat je 'er mag zijn,
onverdiend en onvoorwaardelijk - dat je léven mag.. : dat geeft
het leven zin, omdat het 'zin om te leven' geeft.
Hoe dat werkt - in de praktijk, concreet - daarvan biedt
Luthers leven zelf een getuigenis.
De poging om zelf het leven te bemeesteren, te perfectioneren,
in de greep te krijgen, die poging is vaak krampachtig, vreet
energie, vreet ook aan de mens... enals het niet lukt, nekt het
de mens... Welnu: door die poging op te geven, door van genade te
durven leven, door het beheer over je levensprojekt uit handen te
geven... daardoor herademt je hele leven. Komt er ruimte,
frisse lucht in overvloed, vrijheid om te leven... Dat is wat
Luther dan ook gedaan heeft: gelééfd, uit genade en vol
vertrouwen, niet in een klooster, neen in de aardse wereld door
God geschapen met vrouw en kinderen, met vorsten en boeren en
simpel was het niet en perfect was het zeker niet... maar het was
wel degelijk: léven. De rechtvaardige zal uit het geloof léven..
En hier kunnen we ook vandaag m.i. iets van Luther leren:
Zijn wij moderne mensen soms minder verkrampt dan Luther. Wij
zitten wel niet in een klooster te presteren tot je erbij
neervalt, maar presteren tot we erbij neervallen doen wij ook
maar al te vaak. Proberen wij ook niet vaak ons levensprojekt
onder controle te krijgen, te houden en hebben wij dan niet
dezelfde ervaring als Luther: Hoe meer je het beheersen wil, hoe
meer het je ontglipt ?De ontdekking van Luther, dat in de
negativiteit een positieve kracht verborgen zit, dat in de
erkenning van het eigen tekort, de eigen grens, de eigen krisis
ook... de kiem voor een nieuw begin, een andere lévensmogelijkheid
gelegd wordt.. Dat is toch up to date en een evangeliewoord van
formaat juist voor de oververmoeide en vaak moedeloze post-moderne
mens ?
Er komt ook nu nog een enorme hoeveelheid levensenergie vrij,
als je de zorg voor je eigen leven, de bekommernis om je eigen
status in de maatchappij en èn je eigen stand voor God achter je
werpt... Er komt een enorme hoeveelheid levenszin te voorschijn
als je gewoon van 'genade' durft te leven en de prestatiedruk
terzijde kunt schuiven.De rechtvaardige zal door het geloof leven.
Luther zelf heeft in de polemiek van zijn tijd het accent vooral
gelegd op door het geloof. En dat is nog steeds actueel: door het geloof, dat is: in vertrouwen, in - zoals het
Duits dat onvertaalbaar zegt: Zuversicht... Dat is een
ontspanning voor de gestresseerde perfectionist, dat is een
bevrijding voor de krampachtige werker.Zeker als we - met Luther
- dan ook het volgende woord durven onderstrepen: De
rechtvaardige zal door het geloof leven...
Het geloof is het middel, dat ons vrijmaakt van al wat ons
bindt en drukt: te léven is het doel.
Dat heb ik van die vreemde man Luther geleerd. En daarvoor ben
ik hem ook na bijna 5 eeuwen nog steeds dankbaar.

|