










|
|
Luther als kampioen van de goede werken
Aan de vooravond van Allerheiligen 1517 publiceerde de
Oostduitse monnik, professor exegese Nieuwe Testament: dr. Martin
Luther zijn 95 stellingen tegen de aflaat. Het is niet
toevallig, dat Luther dat op dìe dag deed. Op die dag immers was
iedereen met de 'hemel' en met het 'eeuwig leven' bezig. Men was
gericht op de heiligen, of op de (nog-niet) hemelse staat van
geliefde familieleden, of op de eigen toekomstige positie in
hemel, vagevuur of hel. De aflaathandel was voor een groot deel
daar op gericht.Voor alle duidelijkheid: een aflaat ontsloeg de
zondaar niet van zijn schuld, maar slechts van de tijdelijke
straf. D.w.z. Van de boete die hij hier op aarde moest doen, hem
opgelegd door een priester nadat hij via de biechtstoel was
gepasseerd... of ook: van de boete die hem in het vagevuur nog te
wachten stond.. en vooral die laatste kon enorm oplopen. Al lang
was er protest tegen de wijze waarop deze aflaten aan de man
gebracht werden. Reeds 60 jaar voor Luther had een andere
augustijner monnik de stelling verdedigd: Boete is beter dan
aflaat ! Dat je boetedoening kon afkopen ondermijnde naar
zijn gevoel de ernst van het menselijk handelen en de ernst van
de schuld.
Stel je hebt een zonde begaan, je gaat die biechten,
je zegt dat je berouw hebt en de priester draagt je op als
boetedoening een bedevaart naar Rome te maken, daar een
royale gift voor de bouw van de kerk te geven en vervolgens
een jaar lang elke zondag een mis op te dragen aan de heilige
NN. Maar in plaats van dat te doen, zwaai je triomfantelijk
met de aflaat, die je net gekocht hebt en zegt tegen de
priester: 'k Ben al klaar. De boete is al
gedaan, ik heb het hier zwart op wit.
Luther was het dan ook helemaal met z'n collega eens: boete is
beter dan aflaat. Maar het bijzondere van Luther is, dat hij nog
één stap verder gaat: Je zou namelijk kunnen zeggen dat zijn 95
stellingen gesteld zijn onder het volgende motto:
Goede werken zijn beter dan
aflaten.
Ik citeer u er 3:
- Men moet de christen leren: Wie een arme iets geeft, wie
een behoeftige iets leent, die handelt beter dan wanneer
hij aflaatbrieven koopt.
- Men moet de christen leren: wie een behoeftige ziet, maar
aan hem voorbij gaat en in plaats daarvan een aflaat
koopt, die verkrijgt niet de kwijtschelding van straf
door de paus, maar wel de toorn van God.
- Men moet de christen leren: wie geen overvloedige rijkdom
bezit, is verplicht wat voor zijn gezin noodzakelijk is
te bewaren en in geen geval het in aflaten te investeren.
Dat Luther dus 'tegen goede werken' was, is een zeer
oppervlakkige interpretatie van Luthers boodschap en eigenlijk
een mistekening. Ook tijdens zijn leven kreeg hij dat verwijt al
te horen. Ergens roept hij dan ook geërgerd uit: Men zou mij doctor
bonorum operum moeten noemen... Hij blijkt namelijk een
groot propagandist van het doen van goede werken. Het enige wat
hij toevoegt is: ze gelden niet als loon voor God, zodat je je
weg naar de hemel ermee kunt plaveien. Neen: je moet ze doen -
niet voor de hemel - maar voor de aarde, als dienst
aan de wereld (die God zo liefheeft) en als dienst aan de mensen
die daar op wonen (die God jou als naasten schenkt). Luther richt
de blik dus op de wereld en vraagt om goede werken (niet om in de
hemel te komen), d.w.z. werken waar de wereld wat aan heeft: Dus
niet: zelfkastijding, bedevaarten op blote voeten naar Rome,
zoveel missen voor die, zoveel voor die, neen: goede werken waar
gezin, huis, hof, stad en land door worden opgebouwd. Inderdaad:
Luther is een waarachtig pleitbezorger van goede werken !

31 oktober 1998, D. Wursten
|