|
||
|
|
|
|
2006: Historisch moment in Antwerpen:herdenking dood Hendrik Vos en Johan van den Essen (1523) in de St. Andrieskerk
Op 16 juni 2006 vond er in Antwerpen een symposium plaats over de ‘de eerste martelaren van de reformatie’. Dit zou niet vermeldenswaard zijn ware het niet dat dit symposium doorging in de kerk van St. Andries, gebouwd op de ruïnes van het in 1522 verwoeste augustijnerklooster. Het waren immers twee broeders uit dat klooster, Johan vanden Essen en Hendrik Vos, die hun evangelische geloofsijver op 1 juli 1523 met de dood betaalden. Het colloquium werd gevolgd door een tentoonstelling, waardoor "de kerk die hun namen moest uitwissen omgevormd werd tot een plek der gedachtenis". Een afsluitend concert werd ingericht door de vzw. St. Andries rond ‘Luther en de muziek’ (7 oktober 2006). Ook dit werd een passend tribuut. Niet enkel zongen de beide jongemannen op de brandstapel (het Credo en het Te Deum en nog een litanie die heel erg leek op die van St. Andreas (sic!): haec est crux desiderata), ook heeft het bericht van hun marteldood bij Luther de dichtader opengebroken, die nadien in zovele kerkliederen is gaan stromen. Saillant détail tot slot: Organisator van het colloquium was de katholieke universiteit van Tilburg (o.a. Dick Akerboom, Marcel Gielis). Ik zelf had de eer om het concert te mogen organiseren en de teksten uit te spreken.
EVOCATIE van 1 juli 1523.
Op de Grote Markt in Brussel is het een drukte van belang. Niet dat er markt is, of een tentoonstelling, neen… er zal een ketterverbranding plaatsvinden. Voor het stadhuis is een stelling gebouwd met zetels voor de hoogleraren van Leuven en de abten van de diverse orden. Midden op de markt is ook een verhoging met een altaar erop… Daarnaast ligt een stapel brandhout…
t Is lang wachten, maar vlak voor 11 uur komt vanachter het broodhuis een plechtige stoet naderbij. Fransiscanen voorop in hun grauwe pijne, gevolgd door het zwart-wit van de dominicaanse predikheren en daarachter blootsvoets, de karmelieten… Ze dragen een groot processiekruis en vaandels. Al biddend komen ze naderbij… De eerbiedwaardige en zeer katholieke hoogleraren van Leuven en de abten van de diverse bedelorden sluiten de rij. Zij nemen plaats op de verhoging voor het raadhuis. Vanuit het raadhuis kijken de raadsheren van Margaretha van Parma, de landvoogdes, en talrijke andere hoogwaardigheidsbekleders toe..
Stipt om elf uur wordt een jonge monnik naar het midden van de markt gebracht. Hij is van de orde van de augustijner eremieten, afkomstig van .. hier, exact deze plaats… het nog zeer nieuwe augustijnerklooster van Antwerpen. Hij beklimt de verhoging en knielt voor het altaar. Achter hem staat een fransiscaan. Die keert zich om, richt zich tot het volk en houdt een vlammend betoog vol waarschuwingen tegen de vervloekte ketterij van het lutheranisme, lutherije, op z’n Vlaams, die de laatste tijd zo’n opgeld maakt, en waar deze jongeman schuldig aan is bevonden.
Terwijl hij preekt – een uur lang – beklimt de bisschop het verhoog en ontmeemt de jonge monnik z’n priesterlijke waardigheid… Hij wordt ‘ontwijd’. Even later worden er nog twee monniken naar het altaar geleid en met hen gebeurt hetzelfde. Alle drie laten het rustig over zich komen en geven geen krimp. Tenslotte komt de kettermeester naar voren en tracht de drie jongemannen nog eenmaal tot herroeping van hun dwalingen te bewegen. Het is hun laatste kans… Ze weigeren alle drie, rustig doch beslist.
De kettermeester schudt z’n hoofd, de bisschop knikt… en spreekt het autodafe uit. Hij draagt de drie jongemannen over aan de wereldlijke macht… om het kerkelijke vonnis te voltrekken. Ze worden het raadhuis binnengebracht en door de raadsheren overgedragen aan de beulen. Twee van de drie, Hendrik Vos en Johan van den Essen, worden naar buiten geleid en naar de brandstapel gebracht… wat er met de derde, Lambertus van en toren is gebeurd is onduidelijk. Nadat ze nogmaals geweigerd hebben te herroepen, worden ze aan de palen vastgebonden en wordt het vuur aangestoken… Ze roepen luid, dat ze wel als ketters verbrand worden, maar als christenen sterven. Als de vlammen dichtbij komen beginnen ze te zingen. Eerst het Credo in unum Deum… en als de vlammen nog hoger komen… Te Deum laudamus… en tenslotte een antifoon voor het magnificat: Haec est crux desiderata…Dit is het kruis waarnaar wij verlangd hebben… Het volk dat gekomen was voor een ‘lekkere ketterverbranding’ is er stil van geworden. Ongemakkelijk schuifelen ze heen en weer. Er klinkt gemor… Men is onder de indruk van de geloofsmoed en de rust van die jonge Antwerpse mannen… die God lovend hun dood tegemoet zijn gegaan.. Het laatste wat zij zongen, die antifoon, wij horen die nu. Het was – wrsch, want de precieze tekst van de antifoon is niet te achterhalen – de antifoon van het feest van St. Andries. Die leerling van Jezus, broer van Petrus… die ook z’n leven heeft moeten afleggen voor het evangelie.
Het Augustijnerklooster is ruim een jaar later met de grond gelijk gemaakt, want de nieuwe leer bleef vanuit dit klooster onstuitbaar de harten van de Antwerpenaren veroveren (er was ook zoveel mis in de roomse kerk van die dagen). Dat de nieuwe parochiekerk is gewijd precies aan precies die St. Andries… is een knipoog van de geschiedenis vermoed ik..
Oh, ja nog één ding. Toen Martin Luther enkele weken later het bericht hoorde… zo meldt een ooggetuige.. [ik citeer] “begon hij innerlijk te wenen en zei met van tranen vervulde stem: Ik dacht dat ik de eerste zou zijn, die om het heilig evangelie de marteldood zou sterven, maar ik ben niet waardig geweest…” En toen enige tijd later het gerucht verspreid werd dat de twee monniken op het allerlaatste moment toch zouden hebben herroepen, werd hij zo kwaad, dat hij een brief schreef naar de ‘christenen in de Nederlanden’ en dat hij naar de ‘pers is gegaan’ om daar eens precies te vertellen wat er gebeurd is... ‘naar de pers gaan’ dat deed je toen door een ballade te schrijven…Dat deed je toen… ballades waar de nieuwsbulletins van toen. En 12 strofen lang doet hij uit de doeken hoe het is gegaan… De eerste versie heeft Luther niet alleen zelf gedicht, maar waarschijnlijk ook zelf gezongen.. Daarna is ze gedrukt, verspreid en overal gezongen en getoonzet door muzikanten tot in de 17de eeuw. Zoals wij kunnen horen..
TEKSTEN
Toen de augustijner monniken op de brandstapel wachtten op het einde, zo meldt de kroniekschrijver, zongen zij het Te Deum en de litanie Haec est crux a me desiderata… Nergens hebben we een litanie kunnen vinden, die zo heet. Wel vonden we iets dat er op leek. De antifoon bij het Magnificat van de vespers van 30 november, het feest van St. Andries, waarin zoals te verwachten het ‘andreaskruis’ prominent aanwezig is.
Cum pervenisset beatus Andreas ad locum ubi crux parata erat, exclamavit et dixit: O bona crux, diu desiderata, et jam concupiscenti animo praeparata: securus et gaudens venio ad te: ita et tu exsultans suscipias me, discipulum ejus qui pependit in te.
Toen Martin Muther vernam dat twee van zijn ordebroeders te Brussel waren verbrand, schoot zijn gemoed vol en dichtte hij spontaan te hunner ere en nagedachtenis een lied. De melodie is meteen mee overgeleverd en wordt eveneens aan Luther toegeschreven. Het opschrift luidt:
Ein lied von den zwei märtyrern christi, Zu brussel von den sophisten von löwen verbrannt, Geschehen im jahr 1523
Een lied van de twee martelaren van Christus, te Brussel door de sophisten van Leuven verbrand, geschied in het jaar 1523
2. Martin Luther en Ludwig Senfl De paus had Luther geëxcommuniceeerd, maar Luther had de bul openlijk verbrand. De keizer had Luther in de ban gedaan. Maar de keurvorst Frederik van Sachsen hield Luther de hand boven het hoofd. Meer en meer vorstendommen in de Duitse rijksgebieden tot de hervorming overgingen, met beroep op hun automie in zaken van eredienst. De volkstaal werd in de liturgie ingevoerd, de bedeling van de communie onder twee gedaanten (brood en wijn) het celibaat afgeschaft en… het volk ging zelf actief participeren in de gebeden van de liturgie… door ze te zingen. Luther zorgde voor de Duitse teksten, van het ordinarium, maar ook van andere gebeden en lofzangen. Sinds z’n eerste lied voor de martelaren van Antwerpen, was z’n dichtader blijven stromen. Hymnen, psalmen, nieuwe gezangen vloeiden uit z’n pen... De paus en de keizer zagen het allemaal met lede ogen aan. In 1529 werd het hen te gortig. Karel laat aan z’n duitse leenheren verstaan, dat ze opnieuw de roomse ritus moeten invoeren in de eredienst en de oude orde moeten herstellen. Verschillende vorsten ‘dienden’ daarop een officiele ‘protestatio’ in, want zij vonden dat hun rechten door Karel werden geschonden. Protestatio… vandaar de naam: protestanten. Ze zijn zo hardnekkig, dat Karel ze het jaar daarop samenroept in Augsburg, om ze tot gehoorzaamheid te dwingen. Luther kan er natuurlijk niet bij zijn… Wel laat hij zich op de hoogte houden… Het duurt lang. De keizer traineert de zaak. Hij zoekt bressen in de eensgezindheid, maar vindt ze niet. Luther verbijt zich, bang dat de vorsten zullen toegeven. Zoals altijd als het moeilijk wordt, wordt Luther creatief. Hij werkt verder aan z’n. bijbelvertalingen, schrijft commentaren, op de psalmen in dit geval en de profeten… en de fabels van Aesopus. Onderwijl preekt hij, schrijft hij brieven… aan z’n vrouw, aan z’n zoontje Hans… en verbijt zich… Ze zullen toch niet toegeven... Dan bereikt hem het bericht dat z’n vader gestorven is… De begrafenis is al voorbij als hij het bericht krijgt… Geen gemakkelijke tijd. En dan is er een brief aan een zekere Ludwig Senfl, de hofkomponist van de zeer katholieke hertog van Bayeren in München… Het is begin oktober 1530.
En dan gaat de brief nog een poos door, met een lofprijzing op de muziek, die alle grenzen, ook confessionele grenzen in wording, te boven gaat. Iemand die van muziek houdt, kan niet slecht zijn volgens Luther. En muziek is net als goede theologie: Komt de duivel je kwellen, dan helpt muziek je evenzeer als het evangelie…. Door de treurige zorgen en de innerlijke onrust te verdrijven….
Maar daar gaat het hem nu niet om. Luther heeft een verzoek. Vroeger zong hij als tenor graag en vaak de antifoon “in pace in id ipsum”… En eigenlijk is hij op zoek naar een meerstemmige zetting daarvan. Maar hij heeft die nooit gevonden. Zou Senfl hem die willen sturen? … niet dat hij er een moet componeren, hoe zou hij het durven vragen.. maar als u er eentje liggen hebt, wilt u hem dan sturen. Ik wou u eeuwig dankbaar zijn..
En zo waar… Senfl doet het.. en stuurt er nog een ander stuk bij: een zetting van Luthers devies… ps. 118… non moriar sed vivam… Ik zal niet sterven, maar leven … en de grote daden des Heren verkondigen..
Afin. De rijksdag van Augsburg mislukt. De scheuring is een feit. De duitse vorsten vereniging zich rond de ‘Augsburgse geloofsbelijdenis’… En wat Senfl betreft: Als de brief bekend uitlekt en bekend wort dat hij composities aan Luther heeft opgestuurd… wordt het plots merkwaardig stil rond componist Ludwig Senfl, voorganger van Orlandus Lassus… Muziek mag dan grensoverschrijdend de mensen bijeen brengen… Godsdienst doet dat blijkbaar niet… Ook niet bij Luther, want ook hij polariseert… Zoals zijn naam gehaat was aan de roomse kant, zo kon hij tekeer gaan tegen de paus. Over en weer zagen ze in elkaar de antichrist… .Jammer. Gelukkig dan ook maar, dat de tijden veranderd zijn. Anders was ik als protestants predikant op deze plaats vanavond mijn leven niet zeker.
3 Luther en de kerkmuziek
Zoals u inmiddels zult hebben begrepen heeft Martin Luther zelf - muzikaal begaafd als hij was – de aanzet gegeven tot een muzikale bloei in de eerste eeuwen van de reformatie door het gebruik van de volkstaal in de liturgie in te voeren…. Zodat mannen èn vrouwen allemaal konden participeren in de eredienst… door zingend te bidden of God te prijzen.. De professionele kerkmuziek werd door Luther echter niet terzijde gesteld (zoals door Calvijn), maar bleef zijn hun functie hebben naast de gemeentezang (en ter ondersteuning ervan). Sterker nog: cantores zijn voor de verspreiding van de reformatie net zo belangrijk geweest als predikanten. Namen: Johann Walter, Michael Praetorius en in de 17e eeuw: de drie S-en: Johann Hermann Schein, Heinrich Schütz en Samuel Scheidt. En natuurlijk de familie Bach. Hun kerkmuziek is zonder Luther ondenkbaar.
Typisch aan de Lutherse reformatie is de ‘conserverende’ geest. Luther wilde geen beeldenstormer zijn maar een restaurateur. Men moest doen wat God geboden heeft, maar in de overige dingen was men vrij. Wat waardevol was mocht dus blijven staan. Geen beeldenstorm, ook niet in de liturgie. Hij nam de oude vormen over en zuiverde slechts uit datgene wat hij in strijd vond met de bijbelse leer. Zijn eerste gezangen zijn ‘verduitsingen’ van oud-kerkelijke hymnen, waarbij vaak zelfs de oudkerkelijke melodie (in licht aangepaste vorm) behouden werd (Veni redemptor gentium: Nun komm der Heiden Heiland, Veni Vreator Spritus: Komm Gott, Schöpfer, Heiliger Geist). De invoering van de volkstaal was principieel, want ieder mens moet 'Gods Woord' kunnen verstaan en zèlf met God kunen communiceren. Vandaar zijn eerste grote werk: een bijbelvertaling en zijn tweede: het verzorgen van Duitse gebeds- en liedteksten.
Ook behield Luther in de viering het stramien van de mis; hij schrapte slechts die teksten die hij vond afwijken van het bijbels getuigenis, bijv. de teksten uit het groot-dankgebed waar gesuggereerd wordt dat het ‘offer’ van Christus door de priester wordt herhaald. 'christlich bessern' noemde hij dat. Zijn duitse mis (Missa gantz Deutsch 1526) is dan ook eigenlijk gewoon een ‘verduitsing’ van de Latijnse mis, waarbij hij samen met zijn vriend en cantor Johann Walter gepoogd heeft een vorm van ‘gregoriaans’ (incl. de verschillende kerktonen) te ontwikkelen dat past bij de eigenaardigheden van de Duitse taal, terwijl alle elementen van de viering gehandhaafd worden. Tot
in Bachs tijd was het gebruikelijk om afwisselend een latijns dan weer een Duits Kyrie/Gloria, Credo, Sanctus of Agnus Dei te gebruiken. Wie de talloze verzamelbundels van Michael Prateorius doorbladert, ziet dat deze twee-taligheid vanzelfsprekend was. In de 17de eeuw ontstaat de gewoonte van Schriftmotetten te schrijven rond de hoofdlezingen van de zondag. Deze ‘Hauptmusik’ groeit rond 1800 uit tot de cantate zoals die bij Joh. Seb. Bach tot grote bloei (en uitbloei !) komt. De passies zijn eigenlijk erg uit de kluiten gewassen varianten hiervan. Zover geraken wij vandaag niet. Wel het eenvoudige schriftmotet, zoals dat door Heinrich Schütz als ‘stemmingsmuziek’ bij de eredienst, bijv. bij de communie of tijdens een vesper of begrafenis kan hebben geklonken… Wij eindigen deze bijeenkomst dan met wat ‘het Lutherlied’ bij uitstek is geworden.
|
This site was last updated woensdag, 25 april 2012