1 juli 1523

 

Home
Vorig niveau
1 juli 1523
Max Weber
Wie was Calvijn?
450 jaar geleden
hugenoten
Hagepreken
reformatie vogelvlucht
Luther over de aflaat
die vreemde Luther ?
Zwingli uit de kunst

 

2006: Historisch moment in Antwerpen:

herdenking dood Hendrik Vos en Johan van den Essen (1523) in de St. Andrieskerk

 

Op 16 juni 2006 vond er in Antwerpen een symposium plaats over de ‘de eerste martelaren van de reformatie’. Dit zou niet vermeldenswaard zijn ware het niet dat dit symposium doorging in de kerk van St. Andries, gebouwd op de ruïnes van het in 1522 verwoeste augustijnerklooster. Het waren immers twee broeders uit dat klooster, Johan vanden Essen en Hendrik Vos, die hun evangelische geloofsijver op 1 juli 1523 met de dood betaalden.

Het colloquium werd gevolgd door een tentoonstelling, waardoor "de kerk die hun namen moest uitwissen omgevormd werd tot een plek der gedachtenis". Een afsluitend concert werd ingericht door de vzw. St. Andries rond ‘Luther en de muziek’ (7 oktober 2006). Ook dit werd een passend tribuut. Niet enkel zongen de beide jongemannen op de brandstapel (het Credo en het Te Deum en nog een litanie die heel erg leek op die van St. Andreas (sic!): haec est crux desiderata), ook heeft het bericht van hun marteldood bij Luther de dichtader opengebroken, die nadien in zovele kerkliederen is gaan stromen. Saillant détail tot slot: Organisator van het colloquium was de katholieke universiteit van Tilburg (o.a. Dick Akerboom, Marcel Gielis). Ik zelf had de eer om het concert te mogen organiseren en de teksten uit te spreken.

 

 

 

EVOCATIE van 1 juli 1523.

 

Op de Grote Markt in Brussel is het een drukte van belang. Niet dat er markt is, of een tentoonstelling, neen… er zal een ketterverbranding plaatsvinden. Voor het stadhuis is een stelling gebouwd met zetels voor de hoogleraren van Leuven en de abten van de diverse orden.  Midden op de markt is ook een verhoging met een altaar erop… Daarnaast ligt een stapel brandhout…

 

t Is lang wachten, maar vlak voor 11 uur komt vanachter het broodhuis een plechtige stoet naderbij. Fransiscanen voorop in hun grauwe pijne, gevolgd door het zwart-wit van de dominicaanse predikheren en daarachter blootsvoets, de karmelieten…  Ze dragen een groot processiekruis en vaandels. Al biddend komen ze naderbij… De eerbiedwaardige en zeer katholieke hoogleraren van Leuven en de abten van de diverse bedelorden sluiten de rij. Zij nemen plaats op de verhoging voor het raadhuis. Vanuit het raadhuis kijken de raadsheren van Margaretha van Parma, de landvoogdes, en talrijke andere hoogwaardigheidsbekleders toe..

 

Stipt om elf uur wordt een jonge monnik naar het midden van de markt gebracht. Hij is van de orde van de augustijner eremieten, afkomstig van .. hier, exact deze plaats… het nog zeer nieuwe augustijnerklooster van Antwerpen. Hij beklimt de verhoging en knielt voor het altaar. Achter hem staat een fransiscaan. Die keert zich om, richt zich tot het volk en houdt een vlammend betoog vol waarschuwingen tegen de vervloekte ketterij van het lutheranisme, lutherije, op z’n Vlaams, die de laatste tijd zo’n opgeld maakt, en waar deze jongeman schuldig aan is bevonden.

 

Terwijl hij preekt – een uur lang – beklimt de bisschop het verhoog en ontmeemt de jonge monnik z’n priesterlijke waardigheid… Hij wordt ‘ontwijd’. Even later worden er nog twee monniken naar het altaar geleid en met hen gebeurt hetzelfde. Alle drie laten het rustig over zich komen en geven geen krimp.

Tenslotte komt de kettermeester naar voren en tracht de drie jongemannen nog eenmaal tot herroeping van hun dwalingen te bewegen. Het is hun laatste kans… Ze weigeren alle drie, rustig doch beslist.

 

De kettermeester schudt z’n hoofd, de bisschop knikt… en spreekt het autodafe uit. Hij draagt de drie jongemannen over aan de wereldlijke macht… om het kerkelijke vonnis te voltrekken. Ze worden het raadhuis binnengebracht en door de raadsheren overgedragen aan de beulen.

 

Twee van de drie, Hendrik Vos en Johan van den Essen, worden naar buiten geleid en naar de brandstapel gebracht… wat er met de derde, Lambertus van en toren is gebeurd is onduidelijk. Nadat ze nogmaals geweigerd hebben te herroepen, worden ze aan de palen vastgebonden en wordt het vuur aangestoken… Ze roepen luid, dat ze wel als ketters verbrand worden, maar als christenen sterven. Als de vlammen dichtbij komen beginnen ze te zingen. Eerst het  Credo in unum Deum… en als de vlammen nog hoger komen… Te Deum laudamus… en tenslotte een antifoon voor het magnificat:  Haec est crux desiderata…Dit is het kruis waarnaar wij verlangd hebben…

Het volk dat gekomen was voor een ‘lekkere ketterverbranding’ is er stil van geworden. Ongemakkelijk schuifelen ze heen en weer. Er klinkt gemor… Men is onder de indruk van de geloofsmoed en de rust van die jonge Antwerpse mannen… die God lovend hun dood tegemoet zijn gegaan..

Het laatste wat zij zongen, die antifoon, wij horen die nu. Het was – wrsch, want de precieze tekst van de antifoon is niet te achterhalen – de antifoon van het feest van St. Andries. Die leerling van Jezus, broer van Petrus… die ook z’n leven heeft moeten afleggen voor het evangelie.

 

Het Augustijnerklooster is ruim een jaar later met de grond gelijk gemaakt, want de nieuwe leer bleef vanuit dit klooster onstuitbaar de harten van de Antwerpenaren veroveren (er was ook zoveel mis in de roomse kerk van die dagen). Dat de nieuwe parochiekerk is gewijd precies aan precies die St. Andries… is een knipoog van de geschiedenis vermoed ik..

 

Oh, ja nog één ding.

Toen Martin Luther enkele weken later het bericht hoorde… zo meldt een ooggetuige.. [ik citeer] “begon hij innerlijk te wenen en zei met van tranen vervulde stem: Ik dacht dat ik de eerste zou zijn, die om het heilig evangelie de marteldood zou sterven, maar ik ben niet waardig geweest…”

En toen enige tijd later het gerucht verspreid werd dat de twee monniken op het allerlaatste moment toch zouden hebben herroepen, werd hij zo kwaad, dat hij een brief schreef naar de ‘christenen in de Nederlanden’ en dat hij naar de ‘pers is gegaan’ om daar eens precies te vertellen wat er gebeurd is... ‘naar de pers gaan’ dat deed je toen door een ballade te schrijven…Dat deed je toen… ballades waar de nieuwsbulletins van toen. En 12 strofen lang doet hij uit de doeken hoe het is gegaan… De eerste versie heeft Luther niet alleen zelf gedicht, maar waarschijnlijk ook zelf gezongen.. Daarna is ze gedrukt, verspreid en overal gezongen en getoonzet door muzikanten tot in de 17de eeuw. Zoals wij kunnen horen..

 

 

 

 

 

TEKSTEN

 

 

Toen de augustijner monniken op de brandstapel wachtten op het einde, zo meldt de kroniekschrijver, zongen zij het Te Deum en de litanie Haec est crux a me desiderata… Nergens hebben we een litanie kunnen vinden, die zo heet. Wel vonden we iets dat er op leek. De antifoon bij het Magnificat van de vespers van 30 november, het feest van  St. Andries, waarin zoals te verwachten het ‘andreaskruis’ prominent aanwezig is.

 

Haec est crux

 

Cum pervenisset beatus Andreas ad locum ubi crux parata erat, exclamavit et dixit: O bona crux, diu desiderata, et jam concupiscenti animo praeparata: securus et gaudens venio ad te: ita et tu exsultans suscipias me, discipulum ejus qui pependit in te.

Toen de gelukzalige Andreas aankwam op de plaats waar zijn kruis bereid was, riep hij uit en zeide: O geweldig kruis, sedert lang verlangd,  nu reeds gereed voor een begerende ziel: met vaste tred en blij kom ik naar u toe: Moge het zo wezen, dat u vol vreugde mij ontvangt, die een discipel ben van hem, die aan u gehangen heeft.

 

 

 

Ein neues Lied wir heben an

 

Toen Martin Muther vernam dat twee van zijn ordebroeders te Brussel waren verbrand, schoot zijn gemoed vol en dichtte hij spontaan te hunner ere en nagedachtenis een lied. De melodie is meteen mee overgeleverd en wordt eveneens aan Luther toegeschreven. Het opschrift luidt:

 

Ein lied von den zwei märtyrern christi,

Zu brussel von den sophisten von löwen verbrannt,

Geschehen im jahr 1523

 

Een lied van de twee martelaren van Christus,

te Brussel door de sophisten van Leuven verbrand,

geschied in het jaar 1523

 

1 Ein neues Lied wir heben an

— das walt Gott, unser Herre —,

zu singen, was Gott hat getan

zu seinem Lob und Ehre.

Zu Brüssel in dem Niederland

wohl durch zwei junge Knaben

hat er sein Wunder g‘macht bekannt,

die er mit seinen Gaben

so reichlich hat gezieret.

 

3 Der alte Feind sie fangen liess,

erschreckt’ sie lang mit Dräuen.

Das Wort Gotts er sie leugnen hiess,

mit List auch wollt sie 'täuben.

Von Löwen der Sophisten viel

mit ihrer Kunst verloren
versammelt’ er zu diesem Spiel.

Der Geist sie macht’ zu Toren,

sie konntn nichts gewinnen.


4 Sie sangen süss, sie sangen saur,
versuchten manche Listen.
Die Knaben standen wie ein’ Maur,

veracht’en die Sophisten.
Den alten Feind das sehr verdross,

das er war überwunden
von solchen Jungen, er so gross

Er ward voll Zorn, von Stund an

gedacht sie zu verbrennen.


5 Sie raubten ihn’ das Klosterkleid,

die Weih sie ihn' auch nahmen.

Die Knaben waren des bereit
sie sprachen fröhlich Amen..
Sie dankten ihrem Vater Gott,

dass sie los sollten werden
des Teufels Larvenspiel und Spott,

darin durch falsch G‘bärden.

die Welt er ganz betrüget.

 

6 Das schickt Gott durch sein Gnad also,

dass sie recht Priester worden,
sich selbst ihm mussten opfern do

und gehn im Christenorden,
der Welt ganz abgestorben sein,

die Heuchelei ablegen,
zum Himmel kommen frei und rein,

die Möncherei ausfegen
und Menschen Tand hier lassen.

 

7 Man schrieb ihn’ vor ein Brieflein klein,
das hiess man sie selbst lesen.
Die Stück sie zeigten alle drein,
was ihr Glaub war gewesen.
Der höchste Irrtum dieser war:
Man muss allein Gott glauben;
der Mensch lügt und trügt immerdar,
dem darf man nichts vertrauen.

Des mussten sie verbrennen.


8 Zwei grosse Feur sie zündten an;
die Knaben sie her brachten.
Es nahm gross wunder jedermann,
dass sie solch Pein verachten.
Mit Freuden sie sich gaben drein,
mit Gottes Lob und Singen.
Der Mut ward den Sophisten klein
vor diesen neuen Dingen,
dass sich Gott liess so merken.

 

9 Noch lassen sie ihr Lügen nicht,
den grossen Mord zu schmücken:
Sie geben vor ein falsch Gedicht;

ihr Gwissen tut sie drücken.
Die Heilgen Gotts auch nach dem Tod

von ihn’ gelästert werden.
Sie sagen, in der letzten Not
die Knaben noch auf Erden
sich sollen hab‘n umbkehret.

 

10 Die lass man lügen immerhin;
sie haben’s kleinen Frommen.
Wir sollen danken Gott darin;
sein Wort ist wiederkommen.
Der Sommer ist hart vor der Tür,

der Winter ist vergangen,
die zarten Blumen gehn herfür.

Der das hat angefangen,
der wird es wohl vollenden.

 

Later slot

 

9. Der Schimpf sie nun gereuet hat,

Sie wollten's gern schön machen;

Sie thürn nicht rühmen sich der That

Sie bergen fast die Sachen,

Die Schand' im Herzen beisset sie

Und klagen's ihr'n Genossen,

Doch kann der Geist nicht schweigen hie:

Des Habels Blut vergossen,

Es muss den Kain melden.

 

10. Die Asche will nicht lassen ab,

Sie stäubt in allen Landen;

Hier hilft kein Bach, Loch, Grub' noch Grab;

Sie macht den Feind zu schanden.

Die er im Leben durch den Mord

Zu schweigen hat gedrungen,

Die muss er tot an allem Ort

Mit aller Stimm' und Zungen

Gar fröhlich lassen singen

 

Een nieuw lied heffen wij aan

het klimt tot God de Here,

Wij zingen wat Hij heeft gedaan

tot zijnen lof en ere.

Te Brussel in de Nederlanden

heeft hij door twee jonge knapen

zijn wondermacht bekend gemaakt;

Hij heeft ze rijkelijk versierd

met allerschoonste gaven.

 

De oude vijand

heeft ze gevangen

en geprobeerd hun moraal

te breken.

De sofisten van Leuven

hoe hard ze ook hun best deden

Tegenover Gods geest

leken het wel dwazen

 

 

Nu eens met edik

dan met stroop,

de knapen stonden als een muur,

verachtten de sofisten

Toen werd de oude vijand boos

en uit onmacht

heeft hij toen maar

besloten ze

te verbranden.

 

Ze namen hun de kloosterpij

de wijding werd hun ontnomen

De knapen waren reeds bereid 

ze zeiden vrolijk ‘amen’ .

Ze dankten God hun Vader 

dat ze nu spoedig

van heel dat

duivelse maskerspel

af zouden zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laat ze dus maar liegen

Hun vroomheid stelt niets voor

Wij willen God danken

dat Zijn Woord weer is gekomen.

De zomer staat al voor de deur

de winter is vergangen

tere bloemen schieten op.

Hij die dit werk begonnen is

die zal het ook voleinden.

 

muziek

 

 

PROGRAMMA

 

 

 

“Ketters en gelovigen”

Martin Luther

en de reformatie in Antwerpen

 

Programma

 7 oktober 2006

 

 

Tekst: De brandstapel en zijn gevolgen…

            Lied van de martelaren van St.Andries (Dick Wursten)

Gregoriaans:

Haec est crux (de verboden antifoon van St.Andries…)

Magnificat

Ein neues Lied wir heben an (Praetorius)

            1ste maal: sopranen + instrumenten

            2de maal: tutti

 

Tekst: Luther begon daarna hymnen te berijmen, mis te verduitsen, koralen te schrijven,

vaak opgebouwd vanuit het gregoriaans: (Dick Wursten)

 

Da Pacem Domine (Gregoriaans antifoon)

Verleih uns Frieden (Martin Luther, 1531)

Verleih uns frieden (Balthasar Resinarius)

Erhallt uns, Herr, bei deinem Wort (Johan Walter)

(prima, secunda, tertia, quarta, Quinta, Sexta pars)

Instrumentaal intermezzo:

Non moriar, sed vivam (Ludwig Senfl, 1530)

In pace in idipsum (Ludwig Senfl, 1530)

Vater unser in Himmelreich (Michael Altenburg, 1620)

                        (Samenzang met publiek)

Pauze

 

Tekst (Dick Wursten)

 

Missa Brevis

Kyrie/Christe/Kyrie/Gloria: (Michael Praetorius, 1611)

Instrumentaal intermezzo:

Verba mea auribus percipe (Heinrich Schütz SWV 61)

            (Meine Worte höre in Gnaden an... Ps.5,2-5)

Ego dormio, et cor meum vigilat (Heinrich Schütz SWV 63)

            (Wenn ich schlafend ruh, wachet doch mein liebend Herz ... Hohes Lied 2,5        und 4,9)         

Instrumentaal intermezzo:

Vater unser im Himmelreich (Jorgen Presten)

Sot: Intrada XII “Ein feste Burg” (Michael Altenburg, 1620)

            (samenzang met publiek)

 

 

2. Martin Luther en Ludwig Senfl

De paus had Luther geëxcommuniceeerd, maar Luther had de bul openlijk verbrand. De keizer had Luther in de ban gedaan. Maar de keurvorst Frederik van Sachsen hield Luther de hand boven het hoofd. Meer en meer vorstendommen in de Duitse rijksgebieden tot de hervorming overgingen, met beroep op hun automie in zaken van eredienst. De volkstaal werd in de liturgie ingevoerd, de bedeling van de communie onder twee gedaanten (brood en wijn) het celibaat afgeschaft en… het volk ging zelf actief participeren in de gebeden van de liturgie… door ze te zingen. Luther zorgde voor de Duitse teksten, van het ordinarium, maar ook van andere gebeden en lofzangen. Sinds z’n eerste lied voor de martelaren van Antwerpen, was z’n dichtader blijven stromen. Hymnen, psalmen, nieuwe gezangen vloeiden uit z’n pen... 

De paus en de keizer zagen het allemaal met lede ogen aan. In 1529 werd het hen te gortig. Karel laat aan z’n duitse leenheren verstaan, dat ze opnieuw de roomse ritus moeten invoeren in de eredienst en de oude orde moeten herstellen. Verschillende vorsten ‘dienden’ daarop een officiele ‘protestatio’ in, want zij vonden dat hun rechten door Karel werden geschonden. Protestatio… vandaar de naam: protestanten.

Ze zijn zo hardnekkig, dat Karel ze het jaar daarop samenroept in Augsburg,  om ze tot gehoorzaamheid te dwingen. Luther kan er natuurlijk niet bij zijn… Wel laat hij zich op de hoogte houden… Het duurt lang. De keizer traineert de zaak. Hij zoekt bressen in de eensgezindheid, maar vindt ze niet. Luther verbijt zich, bang dat de vorsten zullen toegeven.

Zoals altijd als het moeilijk wordt, wordt Luther creatief. Hij werkt verder aan z’n. bijbelvertalingen, schrijft commentaren, op de psalmen in dit geval en de profeten… en de fabels van Aesopus. Onderwijl preekt hij, schrijft hij brieven… aan z’n vrouw, aan z’n zoontje Hans… en verbijt zich… Ze zullen toch niet toegeven... Dan bereikt hem het bericht dat z’n vader gestorven is… De begrafenis is al voorbij als hij het bericht krijgt…

Geen gemakkelijke tijd.

En dan is er een brief aan een zekere Ludwig Senfl, de hofkomponist van de zeer katholieke hertog van Bayeren in München…

Het is begin oktober 1530.

 

“Genade en vrede in Christus”, zo begint die brief…. “Hoewel mijn naam alom gehaat is en men overal slecht van mij spreekt, zodat ik vrezen moet dat u mijn brief helemaal niet ontvangen zult en als u hem al ontvangt, dan is het twijfelachtig of u m lezen zult, maar toch schrijf ik m u…. want ik zie in u een man, die van muziek houdt zoals ik en – wat meer is – die van God de gave gekregen heeft om die muziek tot Zijn eer vorm te geven…

En dan gaat de brief nog een poos door, met een lofprijzing op de muziek, die alle grenzen, ook confessionele grenzen in wording, te boven gaat. Iemand die van muziek houdt,  kan niet slecht zijn volgens Luther. En muziek is net als goede theologie: Komt de duivel je kwellen, dan helpt muziek je evenzeer als het evangelie…. Door de treurige zorgen en de innerlijke onrust te verdrijven….

 

Maar daar gaat het hem nu niet om. Luther heeft een verzoek. Vroeger zong hij als tenor graag en vaak de antifoon “in pace in id ipsum”… En eigenlijk is hij op zoek naar een meerstemmige zetting daarvan. Maar hij heeft die nooit gevonden. Zou Senfl hem die willen sturen? … niet dat hij er een moet componeren, hoe zou hij het durven vragen.. maar als u er eentje liggen hebt, wilt u hem dan sturen. Ik wou u eeuwig dankbaar zijn..

 

En zo waar… Senfl doet het.. en stuurt er nog een ander stuk bij: een zetting van Luthers devies… ps. 118… non moriar sed vivam… Ik zal niet sterven, maar leven … en de grote daden des Heren verkondigen..

 

Afin. De rijksdag van Augsburg mislukt. De scheuring is een feit. De duitse vorsten vereniging zich rond de ‘Augsburgse geloofsbelijdenis’…

En wat Senfl betreft: Als de brief bekend uitlekt en bekend wort dat hij composities aan Luther heeft opgestuurd… wordt het plots merkwaardig stil rond componist Ludwig Senfl, voorganger van Orlandus Lassus…

Muziek mag dan grensoverschrijdend de mensen bijeen brengen… Godsdienst doet dat blijkbaar niet… Ook niet bij Luther, want ook hij polariseert… Zoals zijn naam gehaat was aan de roomse kant, zo kon hij tekeer gaan tegen de paus. Over en weer zagen ze in elkaar de antichrist… .Jammer.

Gelukkig dan ook maar, dat de tijden veranderd zijn. Anders was ik als protestants predikant op deze plaats vanavond mijn leven niet zeker.

 

 

 

 

3 Luther en de kerkmuziek

 

Zoals u inmiddels zult hebben begrepen heeft Martin Luther zelf - muzikaal begaafd als hij was – de aanzet gegeven tot een muzikale bloei in de eerste eeuwen van de reformatie door het gebruik van de volkstaal in de liturgie in te voeren…. Zodat mannen èn vrouwen allemaal konden participeren in de eredienst… door zingend te bidden of God te prijzen..

De professionele kerkmuziek werd door Luther echter niet terzijde gesteld (zoals door Calvijn), maar bleef zijn hun functie hebben naast de gemeentezang (en ter ondersteuning ervan). Sterker nog: cantores zijn voor de versprei­ding van de reformatie net zo belangrijk geweest als predikanten. Namen: Johann Walter, Michael Praetorius en in de 17e eeuw: de drie S-en: Johann Hermann Schein, Heinrich Schütz en Samuel Scheidt. En natuurlijk de familie Bach. Hun kerkmuziek is zonder Luther on­denkbaar.

 

Typisch aan de Lutherse reformatie is de ‘conserverende’ geest. Luther wilde geen beeldenstormer zijn maar een restaurateur. Men moest doen wat God geboden heeft, maar in de overige dingen was men vrij. Wat waardevol was mocht dus blijven staan. Geen beeldenstorm, ook niet in de liturgie. Hij nam de oude vormen over en zuiverde slechts uit datgene wat hij in strijd vond met de bijbelse leer. Zijn eerste gezangen zijn ‘verduitsingen’ van oud-kerkelijke hymnen, waarbij vaak zelfs de oudkerkelijke melodie (in licht aangepaste vorm) behouden werd (Veni redemptor gentium: Nun komm der Heiden Heiland, Veni Vreator Spritus: Komm Gott, Schöpfer, Heiliger Geist).

De invoering van de volkstaal was principieel, want ieder mens moet 'Gods Woord' kunnen verstaan en zèlf met God kunen communiceren. Vandaar zijn eerste grote werk: een bijbelvertaling en zijn tweede: het verzorgen van Duitse gebeds- en liedteksten.

 

Ook behield Luther in de viering het stramien van de mis; hij schrapte slechts die teksten die hij vond afwijken van het bijbels getuigenis, bijv. de teksten uit het groot-dankgebed waar gesuggereerd wordt dat het ‘offer’ van Christus door de priester wordt herhaald.

'christlich bessern' noemde hij dat. Zijn duitse mis (Missa gantz Deutsch 1526) is dan ook eigenlijk gewoon een ‘verduitsing’ van de Latijnse mis, waarbij hij samen met zijn vriend en cantor Johann Walter gepoogd heeft een vorm van ‘gregoriaans’ (incl. de verschillende kerktonen) te ontwikkelen dat past bij de eigenaardigheden van de Duitse taal, terwijl alle elementen van de viering gehandhaafd worden. Tot

 

in Bachs tijd was het gebruikelijk om afwisselend een latijns dan weer een Duits Kyrie/Gloria, Credo, Sanctus of Agnus Dei te gebruiken.

Wie de talloze verzamelbundels van Michael Prateorius doorbladert, ziet dat deze twee-taligheid vanzelfsprekend was. In de 17de eeuw ontstaat de gewoonte van Schriftmotetten te schrijven rond de hoofdlezingen van de zondag. Deze ‘Hauptmusik’ groeit rond 1800 uit tot de cantate zoals die bij Joh. Seb. Bach tot grote bloei (en uitbloei !) komt. De passies zijn eigenlijk erg uit de kluiten gewassen varianten hiervan.

Zover geraken wij vandaag niet. Wel het eenvoudige schriftmotet, zoals dat door Heinrich Schütz als ‘stemmingsmuziek’ bij de eredienst, bijv. bij de communie of tijdens een vesper of begrafenis kan hebben geklonken…

Wij eindigen deze bijeenkomst dan met wat ‘het Lutherlied’ bij uitstek is geworden.

 

 

 

Home | 1 juli 1523 | Max Weber | Wie was Calvijn? | 450 jaar geleden | hugenoten | Hagepreken | reformatie vogelvlucht | Luther over de aflaat | die vreemde Luther ? | Zwingli uit de kunst

This site was last updated woensdag, 25 april 2012