Gezang 170
woensdag, 30 november 2011
Home
Vorig niveau
Gezang 125
Gezang 157
Gezang 170
gezang 221
Gezang 313
Paul Gerhardt

 

 

Meester, men zoekt U wijd en zijd

Het epifanielied: gezang 170 is redelijk populair, zowel vanwege z'n tekst als z'n melodie (19de eeuws van L.M. Lindemann (1812-1887; cantor-organist en stichter van de organistenschool (later conservatorium) te Oslo) De tekst is van Emil Liedgren (1879-1963).  

1 Meester, men zoekt U wijd en zijd,

komend langs velerlei wegen.

Oudren gaan rustig welbereid

jongeren aarzlend U tegen.

Maar vroeg of laat, 't zij dag of nacht,

eens vindt G’ons moe en zonder kracht,

hunkerend naar uwe zegen.

 

2 Arts aller zielen, 't is genoeg,

als Gij ons neemt in uw hoede.

Heel toch de wond, die 't leven sloeg,

laat ons niet hooploos verbloeden.

Spreek slechts één woord, één woord met macht, dan krijgt ons leven nieuwe kracht.

Spreek, dan keert alles ten goede.

 

3 Heiland, Gij weet, hoe dikwijls zorg,

twijfel en angst ons benauwen.

Van uw belofte zelf de borg,

schraagt Gij ons wanklend vertrouwen.

Licht wordt ons levens doel en grond,

als Ge ons vergunt de zaalge stond,

dat wij uw aanschijn aanschouwen.

 

4 Heer, onze mond heeft U gesmaad,

toch heeft ons hart U gebeden.

Wijzen der wereld zag men laat

heimlijk uw drempel betreden.

Hoogmoed, die voor geen wet zich buigt,

heeft door uw ootmoed overtuigd,

U als zijn meester beleden.

 

5 Opperste Leidsman, geef ons raad,

wij zijn door tweedracht gescheiden.

Opstand der zinnen, twijfel, haat,

maken ons zwak in het strijden.

Stralende held, breng ons weer saâm,

ga voor ons uit, uw grote naam

zal tot de zege ons leiden.

 

6 Koning, verheugd geloven wij

wat uw getuigen verkonden:

slechts onder uwe heerschappij

heeft ons hart vrede gevonden.

Daarom zoekt U elk mensenkind;

zoek, Herder, mij, opdat ik vind;

anders zo ga ik te gronde

 

 

Dit Zweedse lied is in het Nederlandse taalgebied terecht gekomen via één van de meest invloedrijke (zij het informele) oecumenische bewegingen die er is: de internationale christelijke studenten­beweging. Het stond in een Duitse vertaling in de bundel Cantate Domino van de Wereldfederatie van studenten. Zo kwam het in de Hervormde Gezangbundel uit 1938 terecht.

De dichter, Emil Liedgren  (1879-1963), was een vooraanstaande hymnoloog (=kerkliedkundige) en dichter. In dit gezang komt zijn visie op het geloofsleven duidelijk tot uiting: de levensweg (en dus ook de geloofsweg) van een mens is een levenslang ‘onderweg zijn’. In  ‘trial and error’ ziet hij de mens groeien naar zijn bestemming, waarbij datgene wat een mens ‘overkomt’ minstens even belangrijk is als datgene wat een mens bewust ‘doet’: ‘zelf zoeken’ en ‘gevonden worden’ tegelijk, actie(f) en passie(f). De aanzet tot dit lied (inventie) is waarschijnlijk een bijbeltekst geweest: “Allen zoeken U”, melden de discipelen aan hun ‘meester’, Jezus van Nazareth (Markus 1:37). De differentiatie die vervolgens optreedt als allen naar Jezus op zoek gaan, is het thema dat strofe per strofe wordt uitgewerkt. Zoeken brengt immers ook ‘twijfel’ mee, of men wel op de juiste weg zit, of de speurtocht wel tot iets leidt en of men het wel zal volhouden. Bijzonder elegant – maar door de verwisseling van subject en object, van zoeken en gevonden worden in de voorlaatste regel beslist niet oppervlakkig – wordt de zoektocht beëindigd in het laatste couplet. Lees eens rustig het hele lied, zou ik zeggen. 

Deze gegevens haal ik uit het Compendium bij het Liedboek, waar nog één ding mij opviel en dat wil ik toch even kwijt. De toenmalige vertaler (C.B. Burger) heeft de moeite genomen om ter gelegenheid van de opname van dit lied in het liedboek (1973) zijn vertaling nog eens te reviseren met de originele Zweedse tekst ernaast. Dit leidde tot veel kleine wijzigingen en een volledige herdichting van vers 5 (omdat de toenmalige Duitse vertaler op dit punt zijn eigen gedachten stiekum in het lied van Liedgren had binnengesmokkeld (zie bundel 1938, gezang 227:5). Subtieler en te denken gevend is een ander verschil, dat hij ontdekte.

 Strofe 1 in onze vertaling suggereert een verschil tussen de generaties in hun zoektocht naar Jezus:

Ouderen gaan rustig, welbereid,

jongeren aarzelend u tegen.

Liedgren in zijn origineel was kritischer naar de ouderen toe en positiever naar de jongeren. De gevoelswaarde van de originele Zweedse tekst schijnt tot volgende parafrase van deze regels te moeten leiden:

Ouderen gaan u tegemoet zonder zich veel vragen te stellen, want zij gaan over reeds lang bereide wegen (platgetreden paden), terwijl jongeren huiveren daarlangs te gaan en daarom aarzelend op zoek gaan naar eigen wegen om u te bereiken.

De vertaler zag echter geen kans om deze nuance in de tekst aan te brengen en liet hem dus maar zoals hij was. Jammer, want de dubbelheid die daarmee in deze twee zinnen zit, is veel rijker, levensechter en dus hoopvoller dan het wat eendimensionale beeld van rustige verzekerde ouderen en lastige, tegenstrubbelende jongeren.

De ouderen krijgen de vraag op hun bord of hun ‘rustige zekerheid’ niet riekt naar arrivisme en de aarzeling van de jongeren is een ‘aarzeling’ omtrent de te gane weg, niet omtrent de na te streven bestemming. Of de aarzeling van de één wat met het arrivisme van de ander te maken zou kunnen hebben, laat ik te uwer eigen beoordeling.

ds. Dick Wursten

[geraadpleegde bron: Compendium bij het Lieboek voor de Kerken]

 

Home | Gezang 125 | Gezang 157 | Gezang 170 | gezang 221 | Gezang 313 | Paul Gerhardt

This site was last updated donderdag, 19 augustus 2010