Veni Emmanuel, zingend op weg naar Kerst
Een lied ontvreemd
In het klooster zingt men al vele eeuwen
elke avond ten besluite van het avondgebed (de vespers) de lofzang van Maria,
of het ‘Magnificat’. Zoals gebruikelijk in de katholieke liturgie wordt deze
lofzang ingeleid met een passend gebed, variërend volgens de tijd van het
kerkelijk jaar: de zogeheten ‘antifoon’. Hierdoor krijgt eenzelfde gezang elke
keer toch net weer een andere kleur.
De antifonen van het Magnificat uit de week
voor Kerst zijn bijzonder fraai en dat is eigenlijk ook wel logisch, want zo
vlak voor Kerstmis is valt de lofzang van Maria op z’n plaats en kan de
verwachting van de gemeente aan die van Maria worden gespiegeld (of omgekeerd,
als u dat liever leest). Deze 7 antifonen staan bekend als de ‘grote antifonen’,
of de ‘O-antifonen’. Deze laatste titel hebben zij gekregen omdat elke antifoon
begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel,
voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit
oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid.
In het Liedboek is een strofische bewerking
van deze O-antifonen opgenomen van de hand van Willem Barnard: gezang 125, een
lied dat zich – niet in het minst door de mooie melodie – in een redelijke
populariteit mag verheugen. De suggestie dat de melodie in wezen zou teruggaan
op een echte middeleeuwse melodie lijkt mij een staaltje typisch 19de
eeuwse nostalgie.
Heel aardig is dat Barnard zelf achteraf
niet zo gelukkig was met deze strofische versie van de O-antifonen čn zijn
bewerking ervan. Ter gelegenheid van de uitgave van zijn ‘Verzamelde Liederen’
heeft hij een nieuwe versie aangeboden. Tegelijk legt hij in een uitgebreide
voetnoot hiervan verantwoording af, tevens zijn eigen toelichting in het
Compendium bij gezang 125 aanvullend en corrigerend. In deze voetnoot meldt
hij hoe hij pas nadat het liedboek was verschenen er achter is gekomen
hoe het nou precies zat met die O-antifonen.Ook bekloeg hij zich dat hij zo
slaafs zijn Engelse ‘Vorlage’ was gevolgd, waardoor eigenlijk het typische
karakter van de O-antifonen onnodig veel geweld was aangedaan. Niet alleen waren
de zeven titels gecomprimeerd in vijf strofen, maar ook was
daardoor de volgorde van de titels omgedraaid. Hij schrijft daarover (Verzamelde
liederen, p. 413).
“Bij nader inzien leek het mij gewenst de
tekst van de latijnse woorden nauwkeuriger te volgen, in de klassieke
rangschikking, dus beginnend bij Sapientia en besluitend met Emmanuel.
Wel heb ik de inmiddels bekend geworden liedvorm en de melodie gerespecteerd.
Deze tekst komt dus, wat mij betreft, in de plaats van lied 125 uit het
liedboek voor de kerken. In de hier aangeboden versie is het persistente
veni veni (o kom), waarmee elke strofe begon, losgelaten. Ook het wees
blij van het keervers heb ik vervangen. Het gaude(te) van de
adventszondag moet voor mijn oor met verblijd u worden vertaald, niet met wees blij ! En het bleek mij niet mogelijk aan de latijnse tekst enig
recht te laten wedervaren, wanneer elke strofe zou moeten beginnen met dat o
kom !. Ik heb dat dan ook naar het rerfrein verplaatst en het werkwoord
‘verblijden’ (…) in de laatste regel gezet. Het al te ‘blatende’ van het refrein
zoals het nu in het liedboek voor de kerken staat is daarmee vermeden.”
Om u de kans te geven oud en nieuw te
vergelijken: hierbij de ‘verbeterde’ tekst van gezang 125 uit het liedboek
voor de kerken. Ik heb voor het gemak de bron(bijbel)tekst erbij aangegeven.
Kunt u ook daarvan de context reconstrueren en u verbazen over de bijbelkennis
en het bijbelgebruik van degenen die ons zijn voorgegaan in gebed en geloof. Het
woordspel (omgekeerd acrostychon) met de beginletters van de zeven messiastitels
resulteert in de Latijnse zin Ero cras (morgen zal Ik er zijn), maar dat
wist u ongetwijfeld al wel. En indien niet, weet u het nu.
naar “Veni veni
Emmanuel”
Antifonen van het ‘Magnificat in de vespers van
de week voor Kerstmis.
Guillaume van der Graft (ps. Willem Barnard):
Verzamelde liederen, nr. 191
melodie: ‘O kom, o kom Immanuel’ (Thomas
Helmore, 1854) Liedboek voor de kerken, gezang 125
17/12 Sapientia [Spreuken 8:1-16]
Op aarde plant het
kwaad zich voort,
de waanzin voert het
hoogste woord,
het zaad verdort, de
oogst wordt schraal,
o wijsheid,
daal als vruchtbare taal!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
18/12 Adonai [Deuteronomium 10: 17-21]
Verlichte wolk en
lopend vuur,
zo waart gij eens op
aarde hier,
die onze Heer en
Meester zijt,
zie neer en kom in
majesteit!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
19/12 Radix
Jesse [Jesaja 11:1-10]
Ja kom, gij
wortel Isaď,
verlos ons van de
tirannie,
van alle goden dezer
eeuw,
o, Herder, sla de
boze leeuw!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
20/12 Clavis
David [Jesaja 22:20-22]
Ontsluit, gij die de sleutel zijt,
die opendoet en
niemand sluit,
het huis van dood en
duisternis
waarin uw volk
gekluisterd is!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
21/12 Oriens [Maleachi 4:1-3]
Daag op, o grote
dageraad,
licht aan, wij zijn
ten einde raad,
verjaag de nacht van
onze nood
en maak uw toekomst
rozerood!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
22/12 Rex
Gentium [Jeremia 10:6-7]
Koning der volken,
heers alom
en, eerste van de
aarde, kom!
Gij hoeksteen, maak
ons samen één,
verzamel allen om u
heen!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
23/12 Emmanuel [Jesaja 7:14]
Zegen het volk dat
vrede wil,
maak Israël gerust
en stil,
wees uw belofte,
neem ons aan,
Emmanuel, bewijs uw naam!
O kom, ja, kom,
Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw
Israël!
|