Veni Redemptor
   
Home
Up
Liedboek dichters
Nieuwe Liedboek
Vluchtheuvelzangen
Veni Redemptor
Veni Emmanuel
Wat is liturgie ?
Willem Barnard
Kerkliederen
Souterliedekens
psalmen - vogelvlucht
Boetepsalmen
Kerstliedjes

HET OUDSTE KERSTLIED

Veni Redemptor Gentium / Nun komm der Heiden Heiland
Kom tot ons, de wereld wacht..
Ik herinner mij, schrijf Caelestinus, bisschop van Rome in 430, dat Ambrosius begonnen is om het volk met één stem te laten zingen het lied ‘Veni Redemptor Gentium’ (Kom, Verlosser der volken...) En Faustus, bisschop in Gallië (Riez - Franse Alpen), roept iets later zijn toehoorders op "om te denken aan de heilige hymne van de priester en getrouwe belijder Ambrosius die op de geboortedag des HEREN de kerk in alle gebieden van Italië en Gallië jubelend zingt.." Augustinus kende de tekst en ook Cassiodorus (6de eeuw) schrijft de hymne formeel toe aan Ambrosius.

Dit lied mag dus met recht het eerste kerstlied... genoemd worden: the first Noel.
Blijkbaar is het snel populair geworden in de ganse christenheid. En gebleven, want:  het is ook het allereerste lied dat Martin Luther in het Duits vertaald heeft toen hij begon te werken aan zijn kerkelijke gezangboek in de volkstaal: Nun komm der Heiden Heiland... Eeuwenlang was het dan ook gezang 1 in de gezangboeken van de EKD.

Wel heeft Luther een oorspronkelijke wijs aan laten passen (door Joh. Walther ?). Nu is het een heel compacte en eenvoudige wijs: regel 1 = regel 4 en regel 3 is de spiegel van regel 2. Waarschijnlijk juist daarom maakt het zo’n rustige monumentale indruk..

Veni Redemptor Gentium

 
Ambrosius 4de eeuw
 
Letterlijke vertaling J. M. Neale (1818-1866). Metrisch (dw) 2007
Intende qui regis Israel
Super cherubim qui sedes,
Appare Ephrem coram, excita
Potentiam tuam et veni.

 
Toon u, die Israel regeert,
die zetelt boven de cherubs
verschijn bij ephraim, wek op
uwe macht en kom.



 
Toon u, koning Israels
Boven englen zetelt gij
Aan uw volk, verschijn, wek op
uwe macht, o God, en kom.
1. Veni, Redemptor gentium;
Ostende partum virginis;
Miretur omne saeculum.
Talis decet partus Deo.

 
Kom, verlosser der volken
Toon de maagdelijke geboorte
dat de hele wereld zich verwondere.
Zo'n geboorte behaagt God .
O COME, Redeemer of the earth,
and manifest thy virgin-birth.
Let every age in wonder fall:
such birth befits the God of all.
Kom, die ‘t heil der volken draagt,
Kom tot ons, o kind der Maagd,
Heel de wereld sta verstomd,
Hoe God mens'lijk tot ons komt.
2. Non ex virili semine,
Sed mystico spiramine
Verbum Dei factum est caro,
Fructusque ventris floruit.

 
Niet uit het zaad eens mans
maar door mystieke beademing
is het woord Gods vleesgeworden
en bloeide de vrucht der schoot
Begotten of no human will
but of the Spirit, Thou art still
the Word of God in flesh arrayed,
the promised fruit to man displayed.
Niet door man en macht, maar door
's Geestes stem die klinkt in 't oor
wordt Gods Woord ons bijgebracht
in de schoot die Hem verwacht.
3. Alvus tumescit virginis.
Claustrum pudoris permanet;
Vexilla virtutum micant,
Versatur in templo Deus.

 
De schoot van de maagd zwelt op
het slot van haar kuisheid blijft;
De vanen der deugd stralen,
in haar tempel verkeert God.
The Virgin's womb that burden gained,
its virgin honor still unstained.
The banners there of virtue glow;
God in his temple dwells below.
Zwellen gaat de moederschoot 
van de maagd, nog rozerood,
want de deugd waait trots de vaan
God komt in zijn tempel aan.
4. Procedat e thalamo suo,
Pudoris aula regia,
Geminae gigans substantiae
Alacris ut currat viam.

 
Hij schrijde uit zijn bruidsvertrek,
paleiszaal der schroomvalligheid,
reus, van tweeling-substantie,
opdat hij snel zijn weg lope.
Proceeding from His chamber free
that royal home of purity
a giant in twofold substance one,
rejoicing now His course to run.
Kom dan uit uw kamer, kom,
koningszoon en bruidegom;
Held, die God en mens verbindt,
vind en loop uw weg gezwind !
5. Egressus eius a Patre,
Regressus eius ad Patrem ;
Excursus usque ad inferos
Recursus ad sedem Dei.

 
Zijn uitgang is van de Vader
Zijn teruggang is tot de Vader
Zijn uitstap gaat tot in de hel
Zijn terugkeer tot Gods troon.
 

Van de Vader daalt Hij neer,

tot de Vader keert Hij weer,

ook de hel zal hij doorstaan

om ten hemel op te gaan.

6. Aequalis aeterno Patri,
Carnis tropaeo accingere,
Infirma nostri corporis
Virtute firmans perpeti.

 
Gelijke van de eeuwige Vader
Omgord u met de trofee van't vlees,
de zwakke leden van ons lichaam,
versterkend met uw blijvende* kracht.
O equal to the Father, Thou!
gird on Thy fleshly mantle now;
the weakness of our mortal state
with deathless might invigorate.
eeuwig Godgelijk zijt gij,
Gord nu aan, ons sterflijk lijf
En vervul het zwakste deel
met uw kracht: o Heiland, heel.
7. Praesepe iam fulget tuum,
Lumenque nox spirat novum,
Quod nulla nox interpolet
Fideque iugi luceat.

 
Reeds straalt Uw kribbe,
en ademt de nacht een nieuw licht,
dat geen nacht er nog tussenkome
en door het geloof eeuwig schijne.
Thy cradle here shall glitter bright,
and darkness breathe a newer light
where endless faith shall shine serene
and twilight never intervene.
Stralend staat de kribb' en wacht
tot het licht wordt in de nacht.
Zonlicht, dat nooit wordt gedoofd,
eeuwig licht voor wie gelooft.
8. Gloria tibi, Domine,
Qui natus es de virgine,
Cum Patre et sancto Spiritu,
In sempiterna saecula.
  All praise, eternal Son, to Thee,
whose advent sets Thy people free,
whom, with the Father, we adore,
and Holy Ghost, for evermore. Amen.
 
 


* in strofe 6 wordt "perpeti" vaak niet vertaald, nochtans is het gewoon een ablativus van het bijv. naamwoord perpes,-etis = blijvend. (met dank aan dr. W. Mineur) [terug]

 

Prachtig lied, maar... waar gaat het eigenlijk over ??
Hoe bekend, verspreid en geliefd dit lied ook moge zijn, de inhoud is niet meteen toegankelijk. Luthers Duitse vertaling helpt niet zoveel. Ze is - zacht gezegd - gewrongen. Latijn is sowieso al beknopter als Duits en Ambrosius' streeft er naar in zijn hymnen om het nog beknopter te zeggen (Zeer dichte taal, echte dichterstaal). Luther volgt Ambrosius op de (vers-)voet wat in het Duits tot strompelen leidt. Onze liedboekversie (gezang 122 (zb) van J.W. Schulte Nordholt loopt veel beter, maar van de grote paradoxen van Ambrosius is hier weinig overgebleven en de betekenis is - met alle respect voor JWS - een beetje zoek geraakt..

Een kindje of een bruidegom ??
Eerst lijkt het te gaan over een ‘kind, dat uit z'n kamer klein’ wordt geroepen. Vervolgens moet hij zijn weg gaan ‘als een held’... en dat allemaal als 's hemels zonneschijn .... in één couplet. Pas als je het origineel, dwz Ambrosius en Luther, er naast legt wordt het duidelijk. Het woord 'kindje' valt in de oorspronkelijk hymne, noch bij Luther. Wat een verademing: eindelijk een kerstlied zonder kindje in de kribbe..
Het gaat in dit couplet niet over een kind dat uit z’n kamer moet komen, maar over een bruidegom die uit zijn slaapkamer (of bruidsvertrekt: Latijn thalamus), tevoorschijn wordt geroepen. Die kamer wordt gedefinieerd als een koninklijke zaal (aula regia). Het gaat dus om een koningszoon, die vorstelijk, triomfantelijk moet verschijnen. Je vraagt je af: om z’n bruid te gaan halen... of is het al de the morning after... (Latijn: thalamus). Ik denk het eerste: de koninklijke zaal, zijn slaapkamer, bruidsvertrekt is vermoed ik de maagedelijke moederschoot (het is de koninklijke zaal der pudor). Daar kon ik me wat bij voorstellen: Zo zag men dat vroeger graag: De menswording van Christus is de komst van de bruidegom die zijn bruid, de christusgemeente, komt halen.. of de viering van hun vereniging, de consummatie van de god-menselijke verbintenis, het verbond.

De zon en de held..
En hoe zit het dan met zijn tocht langs het hemelgewelf zoals een zon, zoals een held ?
Dit stuk is linia recta weggelopen uit Psalm 19, waar het opgaan van de zon (vers 5-7) beschreven wordt alsof de zon een bruidegom is die uit het bruidsvertrek tevoorschijn komt om jubelend als een held zijn pad te lopen van het ene einde des hemels tot het andere. Niets blijft voor haar gloed verborgen. Dit beeld betreft Ambrosius zonder verpinken op Christus betrok. Hij is niet voor niets de godfather van de allegorische schriftuitleg. Met Kerst vieren we volgens Ambrosius dus de komst - ik zeg het nu eens innnig - van de bruidegom van onze zielen, die als zonne der gerechtigheid het duister op aarde verlicht... Daarom straalt zijn kribbe in de nacht... met een ongekende pracht, want zijn geboorte is wel zeer bijzonder...

U ziet het het: Ambrosius is voluit bijbels bezig, zij het op een heel eigen manier. Zo is bijv. het hele tweede couplet (door Luther nog wel, maar door JWS niet meer vertaald) samengesteld uit Schrifttaal, bijbelverwijzingen.

Non ex virili semine,         Joh 1:13         
Sed mystico spiramine      Lukas 1:35
Verbum Dei factum est caro,       Joh 1:14
Fructusque ventris floruit.   ps 126, 127, 131, 132 + Lk 1:42

De Reus en de Tweelingen (Gemini)
En in het reeds genoemde vierde couplet verzoorzaakt de aanwezigheid van psalm 19 (overigens (later?) de introitus van 4de Advent) niet alleen dat er een bruidegom komt met Kerst, maar ook dat de twee naturenleer verschijnt. In de latijnse tekst (Vulgata) staat immers niet dat de zon opkomt als een 'held', maar als een 'reus' (gigas). En reuzen, dat weet u zijn dubbelwezens: Zij zijn gelinkt aan het verhaal van het illegale huwelijk tussen de godenzonen en de vrouwen der mensen (= dubbelwezens à la de griekse 'heroën'') uit Genesis 6:1-4. Hier dus "Geminae gigas substantiae".. letterlijk: de reus der dubbele natuur. Welk sterrenbeeld kan deze mare het best verkondigen aan het uitspansel (Ps 19!): De tweelingen (Gemini). Astro-mythologie in dienst van het kerkelijk dogma! 

De Maagd Maria
Maria doet in volle schroomvalligheid (haar schoot is de aula regia pudoris) en ongeschonden maagdelijkheid, maar vol verwachting mee... De 3 à 4 coupletten die Ambrosius aan haar wijdt als eewig maagd, zijn bij Luther al ingeperkt tot 1 à 2 en in gezang 122 tot één regel (slotzin van vers 1). Dat kan natuurlijk niet: Voor Ambrosius hoort de Maagd Maria wezenlijk thuis in dit lied. Zij is het beeld van de kerk, de jonkvrouw rein, die vol verlangen uitziet naar haar grote liefde en die volgaarne in haar schoot ontvangt. Typisch dubbelzinnig beeld van de jonge kerk, die niet uitgekeken raakte op het wonder van de goddelijke geboorte uit de Maagd Maria... om ons mensen en ons behoud..

Reden genoeg om een nieuwe berijming te maken (zonder pretentie: een herberijmeling ). Ik heb dat gedaan met behulp van het Liedboek en met de volledige vertaling van Ambrosius' hymne in het boek 'hymnen' eveneens van de hand van J.W. Schulte Nordholt.... Het resultaat ziet u boven.

De Melodie
De oorspronkelijke gregoriaanse melodie is vereenvoudigd en voor gemeentezang geschikt gemaakt. Zoals gezegd heeft ze een heel symmetrische bouw: de regels 1 en 4 zijn gelijk en regel 3 is de omkering van regel 2. Dit lied is - begrijpelijk - ontelbaar vaak getoonzet: van eenvoudige liedzettingen tot en met complete Cantates: o.a. de Bachse cantates nrs. 36, 61 en 62 (voor de eerste Adventzondag, de enige van de boetedagen van Advent, dat er versierde kerkmuziek klonk in Leipzig).

Kerstfeest 2005 © Dick Wursten
herzien en aangevuld met vertalingen, Advent 2007.

Volledige & wetenschappelijke analyse door Gebhard Kurz in Jahrbuch für Liturgik und Hymnologie (2003), p. 105-161.

LUTHER's lied.
Luther's vertaling en Schulte Nordholt's vertalingen van Luther's vertaling. De versie in de 102 gezangen (proefbundel) is bewust vrij, omdat Schulte Nordholt zich realiseerde dat het lied van Ambrosius/Luther voor een niet in de tale kanaäns geschoolde lezer een gesloten boek blijft. De Liedboekcommissie vroeg hem enkele al te grote vrijheden te wijzigen...

 

 
Luther 1524 Schulte Nordholt,
102 gezangen 1965
 
Schulte Nordholt, Liedboek 1973
gezang 122
Nun komm der Heiden Heiland,
der Jungfrauen Kind erkannt;
dasz sich wunder alle Welt,
Gott solch Geburt ihm bestellt.
 
Kom tot ons, o kom met macht,
Heiland, kom de wereld wacht.
Licht dat in de nacht begint,
kind van God, Maria’s kind.
Kom tot ons, de wereld wacht,
Heiland, kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint,
kind van God, Maria’s kind.
Nicht von mans Blut noch von Fleisch
allein von dem Heil'gen Geist
ist Gotts Wort worden ein Mensch
und blüht ein Frucht Weibes Fleisch.
 
   
Er ging aus der Kammer sein
Dem könglichen Saal so rein,
Gottt von Art und Mensch, ein Held,
sein Weg er zu laufen eilt.
 
Kind dat uit uw kamer klein,
als des hemels zonneschijn
op de aarde wordt gesteld,
gaat uw weg zoals een held.
Kind dat uit uw kamer klein,
als des hemels zonneschijn
op de aarde wordt gesteld,
gaat uw weg zoals een held.
Sein Lauf kam vom Vater her
Und kehrt wieder zum Vater,
fuhr hinunter zu der Höll
und wieder zu Gottes Stuhl.
 
Uit 's Vaders hand daalt Gij neer,
tot den Vader keert Gij weer,
die de hel zijt doorgegaan
en hemelwaarts opgestaan.
Gij daalt van de Vader neer,
tot de Vader keert Gij weer,
die de hel zijt doorgegaan
en hemelwaarts opgestaan.
Dein Krippen glänzt hell und klar,
die Nacht gibt ein neu Licht dar,
Dunkel musz nicht kommen drein,
der Glaub bleibt immer im Schein.
 
Uw kribbe blinkt in de nacht
door het licht dat speelt en lacht
dat het donker openbreekt
en dat ons hart zalig spreekt.
Uw kribbe blinkt in de nacht
met een ongekende pracht.
Het geloof leeft in dat licht
waarvoor al het duister zwicht.
Lob sei Gott dem Vater g’tan,
Lob sei Gott, seim ein’gen Sohn,
Lob sei Gott dem Heilgen Geist,
immer und in Ewigkeit.
Lof zij God in ‘t hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd,
nu en tot in eeuwigheid.
Lof zij God in ‘t hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd,
nu en tot in eeuwigheid.