Jacobus Revius, 1586 – 1658

Home ] [ Up ] [ Als een luit... ] [ Revius i/h Liedboek ] [ Revius - gedichten ] [ Revius en Marot ]

De Encyclopaedia Britannica noemt hem zonder meer de “the greatest Christian lyricist of his period”. Zoveel kwaliteitsdichters hebben we niet in de kerk; dus die we hebben moeten we in ere houden.

www.entoen.nu/image/2017/7/1/22_3-702201809.jpg...

  1. een selectie uit zijn gedichten met bronvermelding naar de uitgave van W.A.P. Smit (indertijd bereidwillig ter beschikking gesteld door G.J. Buitink, samen met een originele editie van de Overijsselsche Sanghen), waarvoor dank. Bij verscheidene gedichten heb ik een korte toelichting opgenomen.

  2. Jacob Revius in het Liedboek voor de Kerken (nogal lang en tamelijk ernstig). Hierin wordt aan de hand van de 7 liederen die van hem in het Liedboek zijn opgenomen een schets gegeven van zijn culturele en spirituele eigenaardigheden

  3. Jacob Revius en Clement Marot; over een chanson van Marot ("Tant que vivray en age florissant') en Revius herdichting hiervan (tamelijk luchtig). In dit cursiefje peil ik naar Revius adoratie voor Marot en bespreek ik enige varianten die van dit beroemde chanson bestaan.

  4. Analyse van Revius' gedicht 'Scheppinge': de wereld als een luit: over kosmische harmonie en menselijke doofheid. Vol verwijzingen naar andere teksten èn een analyse van het woord 'klavieren': afkomstig van clavus (stempin), niet van clavis.

Eindelijk heeft Revius gekregen waar hij recht op heeft: een wetenschappelijke biografie waarin hij als dichter, theoloog, filoloog, historicus en mens (maar die heeft hij zelf zo goed mogelijk verstopt) wordt recht gedaan. Ook de titel is toepasselijk: Enny de Bruijn, Eerst de waarheid dan de vrede, Jakob Revius (1586-1658), Boekencentrum 2012. Lezen dat boek!

 

shortbio: Jacobus Revius (Jacob Reefsen), 1586 – 1658 (Deventer)

Zoon van Ryck Reefsen en Cornelia Heynck. Zijn vader is burgemeester. In 1591 wordt de stad veroverd door de Spaanse troepen. Het gezin vlucht naar Amsterdam. Daar groeit Jacob ook op (d.w.z. temidden van talloze Antwerpse ballingen). Met stipendia van de stad Deventer studeert hij te Leiden & Franeker. Prima Hebraicus, maar vooral: eminent Graecus. Na zijn studie trekt hij 2 jaar door Frankrijk, langs alle centra van hugenotencultuur en -wetenschap. Met interimjobs komt hi aan de kost. Hij bewondert Clément Marot (ca 1496-1544), hofdichter en psalmberijmer, maar ook van de dichters van de Pléiade. Na terugkeer wordt hij predikant te Deventer, revisor van de Staten­vertaling, en regent van het theologisch college te Leiden. Opvallende trek: zijn liefde voor de kunst (naast dichtkunst, ook muziek). Hij speelde luit en was een drijvende kracht van het Deventerse collegium musicum. Onder zijn gedichten zijn veel bijbelse verhalen in strofevorm, met aanduiding van de te gebruiken zangwijzen: vaak psalmen, maar ook Franse chansons, of een liedje van P.C. Hooft etc. Zo heeft hij het hele Hooglied getoonzet als een 'drama per musica' (op psalmmelodieën). Voorbeeld op de gedichtenpagina