|
||
|
|
Enkele notities over psalmenmeer info via het subweb: psalterium
HET GENEEFSE PSALTEREen hardnekkige legende over de melodieën van het Geneefse psalter stelt dat ze gebaseerd zouden zijn op populaire volksliedjes. Deze legende gaat terug tot in de 16de eeuw, maar de eerste bron wekt niet bepaald vertrouwen: anti-protestantse propaganda lectuur. Florimond de Raemond (1540-1601), goed roomskatholiek, beweert nl. in zijn Histoire de la naissance, progrez, et décadence de l' heresie de ce siècle, dat psalmen op "airs de vaudevilles" gezongen werden en geeft dan een paar voorbeelden en getuigenissen, die afkomstig zijn van een ex-protestant..
Het is dus niet waar en okay: laten we de Florimond de Raemond het voordeel van de twijfel geven: hij verwarde de Geneefse psalmen met de Souterliedekens en allerlei andere geuzenliedjes uit het chansonnier Huguenot èn dan klopt het.... Maar de Geneefse psalmen zijn echte kunstprodukten, gemaakt volgens regels van de franse renaissance-dichtkunst. Clément Marot, hofdichter van de franse koning, droeg niet voor niets zijn eerste selectie psalmen op aan ‘les Dames de France’. Ook qua melodie is er weinig volks aan de Geneefse psalmen. Je hoort zo dat het geen volksliedjes zijn. Nergens: dansritmes, snelle versieringen, expressieve toonsafstanden. ’t Is al poids et majesté (dixit Calvijn, en zo geschiedde). De toonsoorten (die in het het psalmboekje uit mijn kindertijd er zo mysterieus boven stonden vermeld: Jonisch, Phrygisch, Aeolisch, en zelfs Hypo-Mixolyidisch (‘k had geen idee wat het was, maar het klonk bepaald niet volks) zijn de geleerde aanduidingen van de klassieke kerktoonsoorten (de modi), waarop de melodieën gebaseerd zijn. Alles aan de Geneefse psalmen ademt dus de geest van de ‘hoge cultuur’ voluit renaissancistisch en zeer beschaafd en in het gebruik van de kerktoonsoorten zelfs conservatief. Ze klinken meestal 'voornaam', zeker als ze éénstemmig gezongen. Wilt u horen, wat ik bedoel: beluister de CD Psaumes et chansons de la Réforme van het ensemble Clement Janequin o.l.v. Dominique Visse. (op www.alapage.com kunt u tracks gedeeltelijk beluisteren in RealAudio).
DE SOUTERLIEDEKENSVoordat de Geneefse psalmen werden ingevoerd heeft er een ander compleet Nederlands rijmpsalter heeft bestaan: De Souterliedekens , Souter = psouter = psalter = psalmboek. (1ste editie 1540) In dit geval heeft de samensteller voor de melodieën inderdaad liedjes van de straat en uit de café’s geplukt: Liefdesliedjes, smartlappen, drinkliederen, ballades. Men noemt dit de techniek van het contrafact. Veel van deze volksliedjes staan ook in het Antwerps Liedboek (eigenlijk: een schoon Liedekens-boeck Antwerpen 1544). Deze psalmen werden in korte tijd razend populair. Daarmee had de dichter zijn doel bereikt: de jonge jeugd “een oorsaecke te gheven om in die plaetse van sotte vleeschelijke liedkens wat goets te moghen singhen, daer God doer gheeert en si doer ghesticht mogen worden.” Het boekje wordt volgens een lange traditie (nooit bewezen echter) op naam gesteld van Jonkheer Willem van Zuylen van Nyevelt, heer van Bergambacht, † 1543. Of hij de berijmer is of alleen maar de compilator of een mix van beiden is ook omstreden. De literaire kwaliteit is niet om over naar huis te schrijven (uitzonderingen daargelaten). Veel wordt er gedebatteerd of Willem van Zuylen nu protestant of roomskatholiek was. M.i. is dat een oneigenlijke vraag. In die periode van de 16de eeuw was er en brede hervormingsbeweging gaande in het christelijke westen. Het gebruik van de psalmen om tot geloofsverdieping te komen was trouwens helemaal in lijn met de officiële roomse leer. Vertalingen van de psalmen in de volkstaal waren royaal in omloop. Specialist terzake (S.J. Lenselink) heeft aangetoond dat de taal af en toe kennis van de Liesvelt- bijbel en de Vorstermanbijbel verraadt (duidelijk Lutherse invloed). De vermelding van de Latijnse Vulgaattekst in de marge en de opname van het Ave Maria (echter dan wer zonder gebed tot Maria; dus enkel het middeleeuwse deel I, niet het 16de eeuwse 'ora por nobis') wijzen de andere kant op. Ook het imprimatur werd vlot verkregen. Het zal niet onwaar zijn te veronderstellen dat de samensteller behoorde tot de hervormingsgezinde kring, zoals die al enkele decennia in de 'broeders des gemeenen levens' actief waren. Ook de populariteit van sommige wijzen (nu niet meer vernoemd naar het 'werelds voorbeeld', maar met het nummer van de psalm (souterlied nr..) in latere doopsgezinde liedbundels houdt het licht zo heerlijk diffuus. Precies zo als die jaren '30 en '40 van de 16de eeuw waren. Niemand wist nog hoe de bal ging rollen...in het begin van de 17de eeuw beleefde deze uitgave ruim 30 herdrukken en werd gezongen door dopers, martinisten (zoals men de lutheranen toen noemde), calvinisten en roomskatholieken. Een echt oecumenisch psalmboek dus. Deze souterliedekens hadden echter het getij niet mee. De calvinisten wilden hun geneefse psalmen zingen, ook uit oecumenische overwegingen: zowel de hugenotenvluchtelingen kenden ze als de autochthone (Vlaams-Zeeuws-Hollandse) protetanten. de Predikant Petrus Datheen had er voor gezorgd, dat er een Nederlandse vertaling beschikbaar was, waarvan de inhoud van de coupletten precies parallel liep met die van het franse origineel: Kon ieder in zijn of haar moedertaal hetzelfde zingen op hetzelfde moment: geniaal. Jammer dat zijn gevoel voor metrum zo slecht was ! Afin dit terzijde. Voor de Jezuïeten die na de val van Antwerpen orde op zaken kwamen stellen, waren de Souterliedekens ‘verbrand’ door de associatie met de reformatie. Ook zij verboden ze.
toegiftjes:
ENGELSE PSALMENVia Engelse vluchtelingen in Geneve, die voor de bloedige re-katholisering van Engeland onder Queen Mary op de loop waren gegaan, werden de Geneefse psalmen met hun ontstaan ook bekend in Engeland. William Whittingham begon in de jaren ’50 van de 16de eeuw al met de vertaling van het Frans in het Engels. By the way: hij was gehuwd met de zus van Calvijn. Toch zouden de Engelsen de Engelsen niet zijn, als ze de zangstijl van ‘the continent’ zomaar zouden copiëren, laat staan de Franse stijl. Van het begin af aan al hebben de Engelsen de ‘tactus’ verwaarloosd, de rusten overgeslagen en de melodieën a.h.w. gebogen tot ze soepel aansloten bij hun meer reciterende zangstijl. De Schotten hebben wel het complete psalter van Genève overgenomen, maar ja die zijn dan ook in meerderheid presbyterians geworden (presbyter = de ‘oudste’, ‘ouderling’, ‘the elder’), terwijl in Engeland uiteindelijk de Anglicaanse kerk in ritus en zang de middeleeuwse traditie heeft voortgezet, wat tot de prachtige typisch Anglikaanse manier van psalmzingen heeft geleid. Reciterend: de letterlijke bijbeltekst (King James). Zo karakteristiek voor de Anglicanen dat er ook tallozes parodieën van bestaan. Ik hoorde zo eens ‘the King Singers’ het weerbericht voordragen in Anglican Chant.
JAN PIETERSZ. SWEELINCKIn de nabloei van de Nederlandse polyfonisten (eigl. = Vlaamse, Frans-Vlaamse), die ooit heel Europa in de ban hielden met hun muziek, is er de “Organistenmacher”: Jan Pietersz. Sweelinck, organist te Amsterdam, let wel: stadsorganist, want in de eredienst moest het orgel inmiddels zwijgen (wat de strenge maar wel degelijk elegante beweging van de Geneefse psalm niet ten goede is gekomen). De grote Sweelinck mocht dus enkel op het orgel spelen doordeweek en voor en na de eredienst. Net als Claude Goudimel (bekend van zijn volledige noot voor noot harmonisatie van de 150 psalmen, omgekomen in de (nasleep van?) de Bartolomeüsnacht: Ja er was een tijd dat psalmzingen je leven kon kosten!), Claude Lejeune en vele andere franse componisten heeft hij het grootst denkbare eerbewijs voor het Geneefse psalter gemaakt: Alle 150 psalmen op muziek zetten. Sommige redelijk eenvoudig, andere aarts-ingewikkeld, allemaal polyfoon. Op tekst van Petrus Datheen ? uitgesloten ! Marnix van St. Aldegonde dan ? Neen, die ook niet. Hij koos voor de oorspronkelijke tekst, de Franse en als occasioneel koorzanger begrijp ik hem volkomen.
|
This site was last updated donderdag, 19 augustus 2010