Charles Péguy

vrijdag, 27 januari 2012

Home
Vorig niveau
Toon Tellegen
Gerrit Achterberg
Paul Gerhardt
T.S. Eliot
Ida Gerhardt
Nijhoff - het licht
Charles Péguy
Franz Kafka
Petrarca
Herbert's Temple
Revius
sprokkels

 

Charles Péguy over “la petite fille l’espérance”

 

In zijn prachtige tekst over de ‘tweede’ van de drie kardinale deugden van het Christendom (Geloof, Hoop en Liefde), roept Charles Péguy (overleden in 1914) het beeld op van de hoop die als klein meisje tussen haar twee grote zussen (volwassen vrouwen, moeders) wandelt en daarom door iedereen over het hoofd wordt gezien... maar - aldus Péguy - tòch is zij degene over wie God zich het meest verbaast... "Mais l’espérance, dit Dieu, voilà ce qui m’étonne."

 

introductie van de beeldspraak - aanloop: Het kleine meisje ‘hoop’… dat tussen haar twee grote zussen in het niet zinkt: 'geloof', 'liefde'… Iedereen is altijd maar gefixeerd op die twee anderen. Geloof en giefde zijn als vrouwen, zegt Péguy, volwassen vrouwen. Vergeleken met hen

is hoop een meisje van niks, een prutske.

Ze gaat nog naar school. [zegt Péguy]

Niemand let op haar.

En zo stapt ze daar, tussen haar twee grote zussen in,

ze verdwijnt in hun ruisende rokken

De ene aan de linkerzijde

De andere aan de rechterzijde

En zij er tussenin.

Dat kleine meisje, hoop:

In het midden.

 

En midden tussen haar twee grote zussen lijkt het of zij zich voortrekken laat...

Maar wie dat zo ziet, is blind

En ziet niet dat in werkelijkheid, zij het is die de anderen vooruit helpt.

Zij, het kleine meisje, ‘hoop’

- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms: wat is het klein, dat vlammetje,

Maar niemand krijgt het uit...

Nooit zal het doven.

Altijd weer laat het zien,

wat er niet is, maar komen kan.

Zien, soms, even.

 

Wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven.
De mensenkinderen, ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze geloven
dat het morgen omslaat.

Ze zien hoe het in de wereld toegaat

En toch geloven ze dat het morgen

beter gaat

 

Dat is toch ongelooflijk.
Soms, zegt God, soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven,

 

Ja, de geloofsvorm, zegt God, waar ik het meest van hou,
is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, daarvan versta ik de bron
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.
 

çà c’est étonnant…

 

Home | Toon Tellegen | Gerrit Achterberg | Paul Gerhardt | T.S. Eliot | Ida Gerhardt | Nijhoff - het licht | Charles Péguy | Franz Kafka | Petrarca | Herbert's Temple | Revius | sprokkels

This site was last updated maandag, 10 oktober 2011