Charles Péguy

donderdag, 19 augustus 2010

Home
Vorig niveau
Gerrit Achterberg
Paul Gerhardt
T.S. Eliot
Ida Gerhardt
Nijhoff - het licht
Charles Péguy
Petrarca
Herbert's Temple
Revius

 

Charles Péguy over “la pettite fille l’espérance”

 

In zijn prachtige tekst over de ‘tweede’ van de drie kardinale deugden van het Christendom (Geloof, hoop en Liefde), roept Charles Péguy (overleden in 1914) het beeld op van de hoop die als klein meisje tussen haar twee grote zussen (volwassen vrouwen, moeders) wandelt en door iedereen over het hoofd wordt gezien.

Tòch is zij degene over wie God zich het meest verbaasd..

Een excerpt (parafrase/vertaling) / © Dick Wursten

 

 

Het kleine meisje, ‘hoop’…

dat tussen haar twee grote zussen in het niet zinkt: Geloof, en Liefde…

Iedereen is altijd maar gefixeerd op die twee anderen..

Geloof en liefde .. die zijn als vrouwen, zegt Péguy, volwassen vrouwen

Hoop is vergeleken met hen meisje van niks, een prutske.

Ze gaat nog naar school, zegt Péguy,

Niemand let op haar..

Ze is op stap, tussen haar twee grote zussen in, verdwijnend in hun ruisende rokken

De ene aan de linkerzijde

De andere aan de rechterzijde

En zij er tussenin.

Dat kleine meisje, Hoop;

In het midden.

En midden tussen haar twee grote zussen lijkt het, of zij zich voortrekken laat...

Maar wie dat zo ziet, is blind

En ziet niet dat in werkelijkheid, zij het is die de anderen vooruit helpt.

Zij, het kleine meisje, ‘hoop’

- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms: wat is het klein, dat vlammetje,

Maar niemand krijgt het uit,..

Nooit zal het doven.

Altijd weer laat het zien,

 wat er niet is, maar komen kan.

Zien, soms, even.

 

Wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven.
De mensenkinderen, ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze geloven
dat het morgen omslaat.

Ze zien hoe het in de wereld toegaat

En toch geloven ze dat het morgen

beter gaat

 

Dat is toch ongelooflijk.
Soms, zegt God, soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven,

 

Ja, het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, daarvan versta ik de bron
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.
 

çà c’est étonnant…

 

Home | Gerrit Achterberg | Paul Gerhardt | T.S. Eliot | Ida Gerhardt | Nijhoff - het licht | Charles Péguy | Petrarca | Herbert's Temple | Revius

This site was last updated donderdag, 19 augustus 2010