|
|
||
|
|
||
donderdag, 19 augustus 2010 |
|
|
|
Charles Péguy over “la pettite fille l’espérance”
In zijn prachtige tekst over de ‘tweede’ van de drie kardinale deugden van het Christendom (Geloof, hoop en Liefde), roept Charles Péguy (overleden in 1914) het beeld op van de hoop die als klein meisje tussen haar twee grote zussen (volwassen vrouwen, moeders) wandelt en door iedereen over het hoofd wordt gezien. Tòch is zij degene over wie God zich het meest verbaasd.. Een excerpt (parafrase/vertaling) / © Dick Wursten
Het kleine meisje, ‘hoop’… dat tussen haar twee grote zussen in het niet zinkt: Geloof, en Liefde… Iedereen is altijd maar gefixeerd op die twee anderen.. Geloof en liefde .. die zijn als vrouwen, zegt Péguy, volwassen vrouwen Hoop is vergeleken met hen meisje van niks, een prutske. Ze gaat nog naar school, zegt Péguy, Niemand let op haar.. Ze is op stap, tussen haar twee grote zussen in, verdwijnend in hun ruisende rokken De ene aan de linkerzijde De andere aan de rechterzijde En zij er tussenin. Dat kleine meisje, Hoop; In het midden. En midden tussen haar twee grote zussen lijkt het, of zij zich voortrekken laat... Maar wie dat zo ziet, is blind En ziet niet dat in werkelijkheid, zij het is die de anderen vooruit helpt. Zij, het kleine meisje, ‘hoop’
- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven, Maar niemand krijgt het uit,.. Nooit zal het doven. Altijd weer laat het zien, wat er niet is, maar komen kan. Zien, soms, even.
Wat me verwondert, zegt God, is de hoop. Ze zien hoe het in de wereld toegaat En toch geloven ze dat het morgen beter gaat
Dat is toch ongelooflijk.
Ja, het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou, çà c’est étonnant…
|
This site was last updated donderdag, 19 augustus 2010