|
||
| samedi, 02 janvier 2010 |
|
|
T.S. Eliot
|
|
How unpleasant to meet Mr Eliot ! With his features of clerical cut, And his brow so grim And his mouth so prim And his conversation, so nicely Restricted to What Precisely And If and Perhaps and But. How unpleasant to meet Mr Eliot ! .... |
Een ontmoeting met
Mr Eliot valt niet mee. |
muziek
Het is duidelijk dat Eliot grote crississen heeft meegemaakt in zijn leven. Als je zijn biografie napluist dan vind je er sporen van. Er is het verlies van een vriend geweest in de oorlog, er is zijn huwelijk met Vivien Heigh-Wood, een geniale vrouw, wier genialiteit echter ontspoort en die in een psychose beland.
Begin jaren 20 gaat alles mis, zo erg zelfs, dat Eliot de wanhoop nabij is en zich bizar begint te gedragen. Ezra Pound regelt een opname en behandeling in een psychiatrische kliniek in Zwitserland. Als hij terugkomt is 3 maanden later alles weer even erg. Slechts één ding is er bij gekomen. Hij overhandigt een geschrift met meer dan 1000 verzen aan Ezra Pound…
Die is er helemaal van ondersteboven. Dit is ongehoord krachtige taal. Alleen te lang. Teveel. Hij knipt er grondig in: Eliot later ook nog en er blijven 433 versregels over: The Waste Land is geboren, één van s werelds meest becommentarieerde gedichten.
Het bestaat uit 5 delen;
Waarschijnlijk zit heel Eliots leven tot dan toe zit er in, alle wanhoop… maar je merkt er niets van, want naast de inschakeling van de traditie in het kunstenaarschap hoort de uitschakeling van de individualiteit, de eigen persoonlijke emoties tot zijn dichterscredo..
Nogmaals uit het opstel waarmee ik begon.
Een van de fouten van dichterlijke excentriciteit is het zoeken naar nieuw uit te drukken menselijke emoties; door op de verkeerde plaats naar vernieuwing te zoeken komt men uit bij ontaarding…
Poëzie is niet het luchten van emotie maar een ontsnapping aan emotie; het is geen expressie van persoonlijkheid, maar een ontsnapping aan persoonlijkheid. Maar natuurlijk weten alleen zij die persoonlijkheid en emoties bezitten wat het betekent, aan die dingen te willen ontsnappen.
De Zwitserse psychiater zit verstopt in the Waste land (in deel III, De Vuurrede, een verwijzing naar de Boeddha)… maar de wanhoop die hij daar ervoer is via een bijbelse associatie (psalm 137, de rivieren van babylon, waar wij weenden) geïntensiveerd tot een emotie met meer dan persoonlijke betekenis.
De vertaling komt uit W. Bronzwaer, T.S. Eliot Gedichten, resp. p. 117, 123, 127 en is van Theo van Baaren.
III: The Fire Sermon / De Vuurrede (r. 179-186)
| .......The nymphs are departed.
And their friends, the loitering heirs of city directors; Departed, have left no addresses. By the waters of Leman I sat down and wept... Sweet Thames, run softly till I end my song, Sweet Thames, run softly, for I speak not loud or long. But at my back in a cold blast I hear The rattle of the bones, and chuckle spread from ear to ear.
III (slot ; r. 292-311)
Highbury bore me. Richmond and Kew |
........ De nymphen zijn
vertrokken. Hun vrienden ook, de luierende zoons van grote zakenlui; Vertrokken, zonder achterlating van adres. Aan de wateren van Leman zat ik teneer en weende. . . Lieflijke Theems, stroom zacht, tot ik eindig mijn zang, Lieflijke Theems, stroom zacht, want ik spreek niet luid noch lang. Maar achter mijn rug in koude vlagen hoor Ik beenderen ratelen, en grinniken gespreid van oor tot oor.
In Highbury geboren. In Richmond
en Kew verloren. |
In het volgende stuk wordt de desolaatheid, the Waste land, in taal (woorden, siginifiers en klanken tegelijk) wordt opgeroepen. Het komt uit het laatste deel: ‘Wat de donder sprak’ (What the thunder said)
V. WHAT THE THUNDER SAID / Wat de donder sprak (r. 332-358)
AFTER the torchlight red on sweaty faces
|
Na' t toorts licht rood op bezwete gelaten
Na de kille stilte in de tuinen Na de doodsstrijd op rotsige plaatsen Het roepen en het schreeuwen Kerker en paleis en weerklank Van lente-donder over verre bergen Is Hij die leefde Zijn wij die leefden nu stervend Met een weinig geduld Hier is geen water maar enkel rots Rots en geen water en de weg vol zand De weg kronkelend boven door de bergen Die bergen van rotsen zijn zonder water Wij hielden was er water halt om ons te drenken Men kan tussen de rotsen niet stil staan of denken Zweet is droog en voeten staan in 't zand Als er slechts water tussen de rotsen was Bergmond dood vol tanden rot tot spuwen niet in staat Hier is men niet tot liggen, zitten noch tot staan in staat Zelfs is er niet eens stilte in de bergen Maar donder droog steriel en zonder regen Zelfs eenzaamheid is er niet in de bergen Gezichten mokkend rood grijnzen en grauwen In deuren van moddergebarsten huizen Indien er water was En geen rots Indien er rots was En ook nog water En water Een bron Een poel tussen de rotsen Indien er slechts de klank van water ware Niet de krekel En droog gras zingend Maar klank van water over een rots Waar de lijster eenzaam zingt in de dennen Drip drop drip drop drop drop drop Maar er is geen water |
complete engelse tekst op het internet in het Engels: o.a. http://www.bartleby.com/201/1.html
muziek
Zoals gezegd is Eliot in 1926 toegetreden tot de Anglicaanse kerk. In 1927 schrijft hij op verzoek van een uitgever een kerstgedicht in de reeks ‘Ariel-poems’. Het is ‘The journey of the Magi’. Ik heb een vertaling achterop afgedrukt.
Het is zeker geen stichtelijke poëzie, in de binnenkerkelijke zin. Dat weigerde hij te schrijven. Een dichter heeft een veel wijdsere roeping en moet altijd bezig zijn met het naar voren brengen van betekenis vanuit de hele levenswerkelijkheid, zodat ieder die leeft zich erin herkennen kan.
Eliot is enorm geraakt geweest voor en na zijn bekering door preken van een zekere Lancelot Andrewes, een Anglicaanse predikant uit… het begin van de 17de eeuw.
Een hele reeks opstellen heeft Eliot aan hem gewijd en een hele bundel essays aan hem opgedragen. Deze predikant preekte zo intens, geconcentreerd, tekstbetrokken dat je niet anders kon dan met hem meegaan.. het verhaal in… tot het verhaal jouw verhaal werd. Andrewes deed dat in een taal die Eliot vele eeuwen later niet kon weerstaan… Over hem (en indirect zichzelf) schrijft Eliot bijv: Zijn intellectuele honger werd gestild door mde theologie en zijn gevoelens door gebed en liturgie’.(for Lancelot Andrewes, selected essays p 352)
Dit gedicht begint met een bijna letterlijk citaat uit een kerstspreek over de Magi (de wijzen, koningen) van deze E.H. (tussen aanhalingstekens) .
Andrewes stelt zich voor hoe ze hun tocht hebben beleefd en laat ze zelf er op terublikken en zo zoekt hij naar wat die reis met hen gedaan zou kunnen hebben..
Het gedicht valt in drie delen uiteen…
Let op de volgende sterke momenten..
1. Eerste deel de reis…. the very dead of winter…
2. Dan : de aankomst… die paradijselijk begint… dal vol plantengroei… maar er staan 3 bomen tegen een lage lucht… en de zilverlingen rollen al…
3. Maar het hoogtepunt komt, het doel wordt bereikt. Alleen waar je een climax verwacht volgt een typisch engels understatement: We kwamen aan, we vonden de plaats: It was (you may say) satisfactory.
4. En dan de nabetrachting… u moet t maar eens op u laten inwerken, hoe afgrondelijk diep hier de blikken dominee Eliot gaat in zijn predikatie over leven en dood, over thuis zijn en vervreemding, van het eigene. The Waste Land… is ook na zijn bekering niet plots passé.
De Oude Magus, sadder and wiser… Hij maakt ons bewust hoe een mensen leven vervreemd is…. een reis is… the pilgrims progress.
gedichten vertalen is zeer
moeilijk...
Met dank aan velen die het hebben voorgedaan (ongegeneerd
gebruik ik de vertaalvondsten van Nijhoff, Voeten, Verstegen
&
Verduyn) heb ik het zelf ook nog eens geprobeerd...
Engelse versies zijn legio op het www te vinden.
De reis van de Koningen / The Journey of the Magi.
' 't Was me een kouwe bedoening,
Net de slechtste tijd van t jaar
Voor een reis, en wàt voor een reis !
De wegen zompig, het weer guur,
In het putje van de winter.'
En de kamelen, de huid geschaafd, klauwzeer, onhandelbaar,
Gingen erbij liggen in de smeltende sneeuw.
Bij momenten dachten we met spijt
Aan onze zomerpaleizen, de glooiende terrassen,
En de meisjes in zijde, die ons ijs serveerden.
En dan: De kameeldrijvers: ze vloekten, kankerden,
En gingen er vandoor, op zoek naar drank en vrouwen,
En de vuren die ‘s nachts uitgingen, het gebrek aan onderdak
En de ene stad: vijandig; de volgende ongastvrij
En de dorpen: smerig en veel te hoge prijzen:
Ja, ‘t was me een zware tijd.
Tegen het eind reisden we liever ook ’s nachts door
Snel even slapend,
Met in ons hoofd rondzingend de stemmen: zeggende:
Gekkenwerk, dat is het.
Toen, op een morgen kwamen we aan in een dal, aangenaam was het daar,
Vochtig, beneden de sneeuwgrens, geurend naar groene planten,
Een beekje snelde voort, een watermolen maalde het duister,
En drie bomen tegen een lage lucht.
En een oud wit paard galoppeerde weg in een weiland.
Toen kwamen we bij een herberg met wijnranken boven de deurpost,
Zes handen – de deur stond open – dobbelden om zilverlingen,
Voeten stampten tegen lege wijnzakken;
Maar niemand kon inlichtingen verschaffen, en dus gingen we verder
En kwamen aan, tegen de avond, geen moment te vroeg
En vonden de plaats; het was (kun je zeggen) bevredigend.
Dit alles is lang geleden, ik weet het nog goed
En ik zou het opnieuw doen, maar schrijf op
Eens dit opgeschreven,
Dit: Moesten wij heel die lange weg gaan voor
Geboorte of Dood ? Er was een Geboorte, dat zeker,
Het bewijs lag er, geen twijfel aan. Ik ken geboorte en dood
Maar had ze altijd verschillend gedacht; deze Geboorte
was hard en onverbiddelijk voor ons, zoals de Dood, onze dood.
Wij keerden terug naar onze plaats, deze Koninkrijken,
Maar nooit meer op ons gemak hier, in de oude bedeling,
Vervreemd van een volk, dat zich vastklampt aan hun goden.
Ik zal blij zijn met een andere dood.
muziek
deel II: overe the Hollow Men
deel III: over Ash-Wednesday
deel IV: over Four Quartets
© Dick Wursten, februari 2006
This site was last updated samedi, 13 décembre 2008