STELLING:
Je kunt het christendom (als cultuurvormend gebeuren, meer dan 1000 jaar lang actief geweest) niet losmaken van de samenleving die zij mede gevormd heeft (de westerse samenleving), zonder dat je onomkeerbare schade toebrengt… zowel aan het christendom als aan de westerse samenleving.

HERENTALS, Preekstoel 2018 08 21

up | home

De christelijke erfenis en haar betekenis voor de westerse cultuur

[kader: 'Heilige Huisjes' in Herentals nodigt al 10 jaar mensen uit om op de preekstoel van de St. Waldetrudiskerk te vertellen wat het christelijk geloof voor hen betekent. Men had mij gevraagd voor 21 augustus 2018. Ik heb de uitnodiging aanvaard en aangegrepen om eens de balans op te maken: Wat doen wij met onze christelijke erfenis']

 

Geachte aanwezigen,

Zondag zag ik Manu Keirse op de TV, in het programma ‘de verwondering’. U kent hem wel: klinisch psycholoog, specialist in omgaan met verlies. De interviewster vroeg hem hoe het toch kwam dat hij in die niche terecht is gekomen. Hij antwoordde: Ach mevrouw, ik ben opgegroeid in een West-Vlaams dorp. Ik was misdienaar. Als iemand stervende was, dan ging ik er met meneer pastoor naartoe. Zo kwam ik al jong in sterfkamers. Als iemand begraven werd, was ik erbij, en als het voorbij was, dan ging ik in m’n eentje naar het huis van de overledene om het kruisje op te halen. En als kind nam je dat alles in je op: woorden, blikken, gebeden, gebaren: Je zag het, je voelde het. De dood hoorde gewoon bij het leven, bij mijn leven. Het was er, vanzelfsprekend. Wat Manu Keirse hier vertelt, geldt ook voor het geloof. Ook dat hoorde bij het leven, vroeger. Het was er, vanzelfsprekend. Je groeide erin op. Dat was geen gescheiden gebied naast het gewone leven, het was overal, het zat erdoorheen a.h.w. en bovenal: het was vanzelfsprekend. Met vrije keuze had dat niets te maken. Het is ook duidelijk dat als ik in het dorp van Manu Keirse was geboren, de kans dat ik een protestantse dominee was geworden, onbestaande zou zijn. Om over een geboorteplaats in Turkije of India maar te zwijgen.

 

Het lijkt me goed om dit eerst maar eens vast te stellen en te laten bezinken.

Ik heb niet voor het geloof gekozen. Het was er al, voor mij. In het huis waarin ik geboren werd, een pastorie boven de Grote Rivieren, was het aanwezig. Het werd er letterlijk met de paplepel ingegoten. Een gebed bij het eten, de zondagse kerkgang, de psalmen die wij zongen, een lange preek in een volle kerk … Niet dat ik de inhoud herinner, maar wel de klank, de sfeer, het gebouw, de geur, de kleur, het licht, de verveling…  Het was er gewoon, als geheel, als gebeuren. Het hoorde bij het leven. Het zou raar zijn als ik niet zou geloven. Ik neem er acte van: Eerst is er een beleving ingebed in een gemeenschap, met gewoontes, rituelen, die vanzelfsprekend zijn en natuurlijk schijnen. Pas nadien komt de uitleg, gaan woorden overheersen, die dit alles uitleggen. Theologie is een secundaire wetenschap, heeft iets van een rationalisatie van gedrag, achteraf. Post factum. Ze loopt dan ook altijd – en zeker vandaag – achter de feiten aan.

Goed, God en kerk: ze horen dus zal ik maar zeggen, bij de inboedel van mijn leven. Als ik mijn levensverhaal vertel, zijn daarin dus religieuze elementen aanwezig.

 

Je kunt het vergelijken met een taal die je leert. Die heeft zo zijn eigenaardigheden. En die leer je hanteren. Het gaat vanzelf, niet zonder inspanning, maar toch: vanzelf. En je denkt er niet bij na. De zinsconstructie, woordvolgorde, werkwoordsverbuiging, uitspraak. Je leert het al doende. En je ontdekt pas de eigenaardigheid ervan of word je bewust van de structuur, als je erop gewezen wordt, op school bijv. (zinsontleding) of als je een andere taal moet gaan leren. Ieder mens krijgt – onuitgesproken, ongevraagd – een ‘levensbeschouwing’, een visie op het leven, met wat daarin belangrijk is en wat niet, hoe dingen werken en hoe niet, waarden en normen, do’s and don’ts mee…, en leert die ene taal aan, waarin die specifieke levensbeschouwing is vervat. U voelt al: dat het lastig communiceren kan zijn als het over levensbeschouwing gaat, wanneer je niet dezelfde taal spreekt. Maar goed, dat is onderwerp voor een andere keer…

 

Religie is dus – zo bezien – iets dat je ‘erft’ van je ouders. Je krijgt het, ongevraagd, mee, of dus ook niet. Het is een door en door traditioneel gegeven, sociaal ingebed. Zeker als bepaalde religies eeuwen aan een stuk de dominante levensbeschouwing zijn geweest. Er zit een hele cultuur omheen. Het is vervlochten met het gewone leven. En het maakt niet uit of je het gelooft of niet, het ordent en bepaalt het.

 

Een voorbeeld: Het geloofsartikel, dat Jezus Christus Gods zoon is… dat staat niet los van het gewone leven, maar heeft zich genesteld in de diepste lagen van onze cultuur, de West-Europese bedoel ik dus, ook als je het niet gelooft. Het bepaalt niet zozeer innerlijk (als geloof), maar uiterlijk (als cultuur) onze samenleving: 
- Bijv. op de as van de tijd: de week, de schoolvakanties, gewoontes rond de midwinternacht (Kerst), het concertleven in de weken voor Pasen…
- Qua ruimtelijke ordening: overal staan kerken, op de markantste punten van het landschap staan kloosters, of kapelletjes. En

- En belangrijk: vanwege het gewicht dat die cultuur had, vele eeuwen lang, is daar veel geld, tijd, energie, creativiteit ingestoken: Sommige kerken zijn dus bijzonder mooi, er ontstonden kunstwerken, kathedralen… Niet per se vanuit de kern van het geloof…, maar gewoon omdat het christelijk geloof een bepalende culturele factor was wordt de christelijke vorm de geprivilegieerde uitingsvorm van de menselijke impuls om zichzelf te overtreffen. In andere samenlevingen is diezelfde energie op een andere manier naar buiten gekomen…

 

Een belangrijk aspect van deze vaststelling is, dat wij – als het om het christendom gaat – niet alleen individueel een erfenis hebt ontvangen (waar je op persoonlijk vlak iets mee moet gaan doen), maar ook als samenleving, waar je als samenleving iets mee moet doen. Niet dus – nogmaals – omdat je de binnenkant ervan overneemt (belijdend christen bent), maar gewoon omdat je die geërfd hebt. Ze is er, letterlijk: Je hebt er niet om gevraagd, je bent erin geboren. Daarom is onze samenleving zo zoals ze is…Ik kom erop terug.

 

Eerst maar eens persoonlijk.

Als je zelf meer en meer verantwoordelijkheid opneemt voor je leven: wat doe je dan met die christelijke erfenis. Dat is niet simpel. Dat hangt samen met al die andere dingen die je van huis uit hebt meegekregen. En dat hangt er ook vanaf hoe je dat deel van je opvoeding ervaren hebt. En het hangt ook af van het moment in het leven dat die vraag komt. Ze klinkt anders als je ouders nog leven, dan als ze gestorven zijn.

 

Ook is het van belang of je in de subcultuur blijft of er buiten te rechtkomt.

Blijf je in het dorp of ga je naar de stad, dat maakte vooral vroeger nogal wat uit.

 

Zo kristalliseert zich langzaam je eigen hoogstpersoonlijke levensbeschouwing uit, – met elementen uit de erfenis en nieuwe eigen ervaringen. En dat gebeurt op een organische manier. Het is niet zo, dat je op een dag denkt: kom ik zal mijn geloof eens onderzoeken en dan beslissen of ik nog wel of niet geloof. Zo werkt dat niet. Neen, dat gaat procesmatig, zelfs onbewust:

 

Bepaalde elementen van de traditie kunnen al levend hun relevantie verliezen … zomaar, ‘verdampen’.

Elke zondag naar de mis gaan… Dan minder, dan bijna nooit meer. Waarom eigenlijk? Ja?

God…? Ja, eigenlijk lang niet aan Hem gedacht. Vroeger was ik er nochtans heel veel mee bezig. Tsja, bestaat hij eigenlijk wel? Waarom nog bidden, zelf? 

Als de cultuur eromheen ontbreekt, en er geen sociale druk is, dan kan het snel gedaan zijn. Natuurlijk voel je je schuldig, zo zit het systeem in elkaar, maar als iets z’n betekenis kwijt is, dan krijg het dat ook met geweld niet terug…

Dan is het weg, verdwenen, verdampt.

 

Zo wordt heel ons verleden, heel onze opvoeding, onze ‘erfenis’ in de loop van het leven aan een test onderworpen, een praktische test: werkt het? Ervaar ik het als zinvol, waardevol? Spreekt de taal nog? En dan bedoel ik met taal meer dan woorden alleen: de communicatievormen waarin vroeger de goddelijke werkelijkheid in ons leven kwam, doen die het nog… Geleiden die nog? Dan gaat het over geloofsopvattingen (set of beliefs, het credo), rituelen, sacramenten, gewoontes, en in de katholieke traditie: vertegenwoordigt de clerus God nog? En – als ze beginnen te haperen, of zelf obstakels worden … wat doe je dan, hoe ga je dan verder? Dat is vandaag ontegenzeggelijk het geval. Daarom dat hier ook de preekstoel is opengesteld.

 

De taal (in die brede zin) die velen van ons als kind nog hebben geleerd, communiceert niet meer, ze geleidt niet meer, of slechts moeizaam. En al helemaal als we aan onze kinderen of kleinkinderen denken.

 

Dan moet je dus de balans opmaken en dat is lastig. En in geestelijke zaken die zo diep gaan als geloof, en God, is dat tamelijk ingrijpend: Dan heb je het gevoel dat je eigen bestaan, je wezen, je identiteit (wie je bent) op het spel staat. Ter discussie wordt gesteld. Zo voelt dat.

 

Toch zal het moeten. Want een geestelijke erfenis kun je niet weigeren.

Het is onderdeel van je identiteit, en dat blijft het, ook als je er later afstand van neemt. Sterker nog: Zelfs als u het niet hebt meegekregen in uw jeugd (bijv. antiklerikaal bent opgevoed), maar u bent hier geboren en ouder dan pakweg 40, dan nog durf ik stellen dat u het hebt meegekregen in uw jeugd… al was het alleen maar in de bestrijding ervan.

De christelijke erfenis en de westerse cultuur hangen nauw samen. Het is het kader, waarbinnen het leven zich eeuwenlang afspeelde en gaf dat leven vorm. Ik gaf het al aan. En dat gaat diep.

 

STELLING
Je kunt het christendom (als cultuurvormend gebeuren, meer dan 1000 jaar lang) niet zomaar losmaken van de samenleving die zij mede gevormd heeft (de Westerse samenleving), zonder dat je onomkeerbare schade toebrengt… zowel aan het christendom als aan de westerse samenleving.

 

Álle West-Europeanen zijn erfgenamen van de christelijke cultuur, gelovig of niet. En ze zouden zich best samen over dat erfgoed ontfermen en zien wat er meegenomen kan worden, moét worden naar de toekomst.

 

Goed, terug naar u, hier aanwezig, u hebt die erfenis waarschijnlijk bewust ontvangen en – om in het beeld te blijven – u hebt al, onderweg door het leven, keuzes gemaakt, niet perse gewild, niet altijd bewust. Het schiften ging bijna vanzelf. Misschien hebt u grote stukken ervan in de kast gezet, naast het antiek vaatwerk dat u van uw ouders hebt geërfd, en dat er enkel wordt uitgehaald bij speciale gelegenheden. Degenen die slechte herinneringen hebben aan de religieuze erfenis… niet denkbeeldig met wat de kerk en kerkelijke leiders allemaal hebben misdaan, die hebben het al lang bij het oud vuil gezet. Zij zitten hier waarschijnlijk niet.

Wie zal hen oordelen? De kerkelijke leiding al zeker niet.

 

Echter, anders dan met een materiële erfenis kun je een geestelijke erfenis niet vernietigen. Hoe meer je je ertegen keert zelfs, hoe meer ze gaat spoken in andere domeinen van het leven. Denk aan de manier waarop ex-Jezuïet Etienne Vermeersch juist in de totale afwijzing van zijn christelijke opvoeding, de poging tot vernietiging ervan, tegelijk laat zien hoezeer hij bepaald wordt door precies die erfenis. En op z’n oude dag van binnenuit zich gedwongen voelt om er iets mee te doen, bij voorkeur iets positiefs.

 

Hier, vanop de preekstoel, wil ik u oproepen om als christenen de erfenis te aanvaarden, zo zoals die is, en heel realistisch, onder ogen te zien dat veel uit die christelijke traditie, z’n tijd gehad heeft. Voorbij is. Hoogstens nog geschikt om in de pronkkast te zetten naast ander dierbaar vaatwerk. Nostalgie zal ons niet verder helpen, en we zullen dat verlies moeten aanvaarden.

 

Ik begon met Manu Keirse, ik keer naar hem terug: specialist in het ‘omgaan met verlies’. Eén van de punten die hij duidelijk maakt is: Wil je het verlies overleven, dan mag je niet vluchten in ontkenning of verbloeming.

Welnu: Ik heb wel eens de indruk dat de Westerse kerk op dit punt aan een vorm van cognitieve dissonantie lijdt: zij wil maar niet zien hoe slecht het ervoor staat, niet alleen met het instituut, maar ook met de taal waarin ze haar boodschap verpakt. In een steeds kleiner wordende groep bezweert men elkaar dat alles wel op z’n pootjes terecht zal komen. Neen dus. De parochiestructuur is passé, de wekelijkse samenkomsten: een aflopende zaak. De kerkelijke geloofstaal (de taal van het Credo), zij zal minder en minder mensen aanspreken (en tegelijk meer en meer mensen van de inhoud doen vervreemden)

 

Dat is verlies… Want er valt een gat, een leegte. Maar de loop der dingen is niet te stuiten. Het leven gaat door, en het wordt niet automatisch beter. Net als in de natuur, wordt een open plek al snel ingenomen door de omliggende beplanting en even later weet je zelfs niet meer dat die er ooit was… ‘Het gras verdort, de bloem valt af. Zelfs haar plaats kent haar niet meer’, zegt de psalmist.

 

De huidige generatie weet letterlijk niet wat ze mist… Sommigen voelen het nog. I don’t believe in God, but I miss him (Julian Barnes)

           

Dat onder ogen zien, niet ontkennen, niet verbloemen, en er ook niet voor vluchten, is mijn aanbeveling. Het is rouw-arbeid. Zwaar werk dus. Net als bij het verlies van een geliefd medemens, moet je zien het te overleven, maar eens je voldoende afstand hebt kunnen nemen, kun je ook gaan proberen dat wat je bent kwijtgeraakt op een nieuwe wijze te integreren in je leven. Zo red je niet alleen iets kostbaars uit het verleden, maar geef je ook het verleden een kans om een bijdrage te leveren aan het de toekomst. We doen dat ook met gewone materiële erfstukken, en soms heel creatief. Waarom dan niet met onze geestelijke, culturele erfenis.

 

Wat bedoel ik?

Het is – volgens mij - erop of eronder voor de West-Europese vorm van het christendom. Tijd dus om alle ballast af te gooien en door te stoten naar de kern. Binnenkerkelijk doet men dat al, door een concentratie op een persoonlijk doorleefd geloof met bijbehorende engagement. Dat klinkt mij als protestant heel vertrouwd in de oren. Ik ben geneigd te zeggen: een posthume overwinning van Luther. Alleen, daarmee lopen we het risico om het katholieke deel van onze erfenis te verspelen. Ik bedoel: dat wat van belang is voor de hele wereld en die daarop wonen, urbi et orbi.  Misschien raar om dat als protestant te zeggen, maar eigenlijk ook weer niet, want is het niet altijd de spanning tussen twee tegengestelden die energie opwekt. Het christendom is toch meer dan een zaak van het geloof alleen, met excuses aan Luther. Het gaat het hele leven aan, het kadert het bestaan van de mens, ritmeert de tijd en ordent zijn wereld. Is dat dan allemaal bij het oud vuil te zetten? Niet bruikbaar voor vandaag? 

Of moeten we die elementen overlaten aan monumentenzorg? Krijgen we dan geen gebouwen zonder ziel, kunstwerken zonder zin. Verliezen we dan geen dimensie?

 

Ik hoop van niet. Meer dan 10 eeuwen Europese cultuur, gepokt en gemazeld door het evangelie, dat moet toch meer hebben opgeleverd dan we vandaag in onze misvieringen nog koesteren. Ik zoek dus in de erfenis naar die zaken waarmee de mens zich wapende tegen de ondergang en probeerde zijn leven zo te ordenen dat het mens-zijn erop vooruitging. Is dat enkel in de liturgie, de vrome offergang, de communie, de eucharistie te vinden? Stelt God dat enkel ter beschikking voor … gelovigen? Dat zou ik toch wel erg zuinig vinden. Ik wil buiten die binnencirkel ook die erfenis valideren en activeren. En dat kan, en eigenlijk veel gemakkelijker dan je denkt. De artefacten van de christelijke cultuur doen daar reeds bijna soeverein hun werk: Kathedralen, kloosters, schilderijen, muziek, literatuur…Allemaal elementen van het christelijke erfgoed, die in de Westerse cultuur is doorgegeven en die ‘hun taal spreken’. Alleen de officiële erfgenaam, de kerk, doet er zo weinig mee.

 

Misschien komt dat – gevaarlijke gedachte – omdat wij in de kerk vasthouden aan binnenkerkelijke taal om ons eigen erfgoed te valoriseren.

Veel kerkelijk taal werkt – als je doorpraat – verhullend, leidt af van wat er echt speelt bij de mensen, of op het spel staat in de christelijke communicatie.

GEDACHTENEXPERIMENT:
Bij de ‘het lam Gods’ van Van Eyck moet je veel historische theologische info geven wil je de afbeelding begrijpen (met je verstand dus), maar juist daardoor komt het schilderij zelf eigenlijk verder van je af te staan omdat die taal niet de jouwe is, het ‘verdwijnt naar een andere wereld. Toch sprak Van Eyck in zijn tijd gewone ‘christelijke taal’, maar dan pictoraal. Wat hij wil zeggen moet begrepen (gevoeld) worden via het oog… niet via de ratio (uitleg). Is het dan eigenlijk niet veel belangrijker dat de beschouwer visueel ‘gevoelig’ gemaakt wordt voor dit schilderij, zodat hij ontvankelijk wordt voor een niet theologisch gearticuleerde boodschap via zijn zintuigen. Ik denk daan de onlangs blootgelegde blik vanuit de ogen van het lam, die u aankijkt, en die – los van de sacramentsleer – de kijker doet voelen dat het om hem gaat. Hij moet zien hoe de hele wereld anders wordt als je dit lam centraal staat… Ik denk maar hard
op.  

De kunst is het christelijke verhaal zo te vertellen dat de hoorder ervan aanvoelt (met al z’n zintuigen en faculteiten) dat middels dat verhaal een wereld wordt geconstrueerd, met ongewone perspectieven en verrassende vergezichten.

 

Daarvoor moet je dus durven om afstand te nemen van de uitleggende theologie, die – zoals ik aan het begin al zei, toch maar achter de feiten aanloopt, en met haar rationalisaties de plank vaak misslaat, en zich in een post-moderne tijd steeds maar als een obstakel gedraagt in het communicatieproces, een stoorzender ipv een transmitter.

 

Dus naar de kern van de zaak. Wil God, wil Christus voor de wereld buiten de kerk, ook nog iets betekenen, dan moeten we de uitdaging aangaan, om het begrip ‘God’ los te maken van het wereldbeeld waarin het ontstaan is. En zien of ‘datgene waar god voor stond’ ook zonder dat wereldbeeld (dualistisch, de natuurlijke wereld hier beneden en de bovennatuurlijke wereld daarboven) nog kracht van taal en recht van spreken heeft.

 

Dat wereldbeeld is door m.n. de natuurwetenschap en de evolutiebiologie sterk gewijzigd, maar dat is nog wel te combineren. Daar slagen veel mensen pragmatisch wel in… gelukkig. Veel ingrijpender – en minder doordacht – is de verandering in de manier waarop wij allemaal in het leven staan, vandaag. Namelijk als wezens, die hun eigen gang gaan en zich ontplooien (als individu en in relaties), en zich daarbij niet voorbepaald voelen (door God). Die zèlf inzicht proberen te verwerven in wat er gebeurt, terwijl het gebeurt; die via onderzoek, al levend, met trial and error, vat proberen te krijgen op de dingen. Die open staan voor nieuwe perspectieven op de wereld, zichzelf en de samenleving op voorwaarde dat ze ergens op slaan, zinvol blijken. En hier heeft de wetenschap z'n sporen verdiend: Met name in de vorige eeuw is duidelijk geworden dat er processen schuil gaan onder alles wat gebeurt die heel anders zijn dan in de oude fysica en metafysica werd gesuggereerd. In de buitenwereld (de natuur: bio-evolutie, kosmologie, fysica), maar ook en vooral in de mens zelf (als wonderlijke eenheid van lichaam en geest: psychologie, cognitiewetenschap, neurobiologie). Hoe emoties werken, hoe mensen zich ontwikkelen, hoe extern en intern leven zich tot elkaar verhouden, hoe materie en geest niet gescheiden kunnen worden, hoe genetica en neurologische activiteit mede bepalen wie wij zijn en hoe wij onszelf waarnemen. Hierbij werd wat ‘normaal’ en abnormaal was iets heel anders dan vroeger. Opvattingen over ziekte en gezondheid evolueerden mee, en met name kregen we veel meer gevoel voor hoe fragiel de mens eigenlijk is, en zijn zelfbeeld, zijn zelfgevoel, wat goed en kwaad is, wat men kan beïnvloeden en wat niet…

 

De manier waarop over diezelfde mens, die zichzelf al levend probeert te ontwerpen, in de kerk gesproken wordt, begint daar toch wel erg mee te wringen.

 

Mijns inziens is het dus tijd voor een update van de religieuze taal, waardoor God niet gebonden is aan die oude metafysica om nog een rol te spelen in ons leven.

En, als wij de metafysica laten varen, dan kunnen we meteen ook eens proberen om te zien wat er dan over of namens God gezegd wordt. Geen massieve visie op ons leven waar in eens en voorgoed alles gezegd wordt… dat niet meer. Maar wat dan wel? Welke boodschap wordt in de christelijke taal (rituele handelingen en taaldaden) dan gecommuniceerd?

 

Welnu, ik vermoed dat in de kerkelijke rituelen en de bijbelse verhalen ervaringen worden gecommuniceerd, die de mens geholpen hebben om overeind te blijven in een onzeker bestaan. Zij hielpen de mens om zijn leven te ordenen, te duiden en verbindingen te leggen. Zij gaven hem het gevoel dat het leven als mens en als groep (volk) leefbaar was. Ik zie het als een ‘bron van wijsheid’, … een cumulatieve traditie van vele eeuwen, waarin inzichten in het leven, geleerd door het leven zelf (gefilterd en beproefd door vele generaties) zijn vervat in handelingen en verhalen.

 

De kerkelijke rituelen en verhalen - ik ga nu kort door de bocht - boden aan de mens een kans om op weg te gaan voor die beperkte tijd dat hij hier is, samen met de mensen om hem heen en daarbij niet verloren te lopen. Zij gaven hem een identiteit (narratief geconstrueerd en ritueel beleefd). Het doopsel markeert de intrede, het In paradisum de uitgang. In de loop van het leven worden sterke momenten naar voren gehaald middels overgangsrituelen (rond de seksuele volwassenwording, het engagement om samen met een ander mens aan de toekomst te gaan bouwen). Ze verzorgen het gevoel van gemeenschap (geabstraheerd in de communie, maar eigenlijk veel beter vormgegeven in het wekelijkse sabbatsmaal, verwant aan familiefeesten: samen aan tafel, eten en drinken delen, gevoed worden en genieten, wat een ongelooflijk rijk gebeuren is dat…Dat bindt samen, dat maakt een mens tot mens, medemens, lichaam een ziel. Dat is religie… dat is wat God doet, d.w.z. wij doen zodat ons leven zin en samenhang krijgt.

 

Zo wordt de korte tijd die wij hier zijn geordend op een manier die leefbaar is, past bij het menszijn (letterlijk: het mens-zijn, alsook geestelijk: de humaniteit).

 

Krijgen mensen deze dingen niet meer aangereikt vanwege de kerk, dan gaan ze die zelf uitvinden. Maar dat is moeilijk, want rituelen verbinden juist het verleden met de toekomst. Je kunt die niet uitvinden. Taal kun je ook niet uit het niets creëren. Daarom dat veel huwelijksfeesten of babyborrels iets onhandigs, kunstmatigs hebben…

 

Welnu, ik denk dat hier dus een geweldige opdracht ligt voor de kerk. En ik hoop dat de kerk die op tijd ook ziet als haar verantwoordelijkheid en daarin gaat investeren. Immers: Als de metafysica eruit is, en de ‘religieuze taal’ (woorden als rituelen) herleid zijn tot de essentie, namelijk een middel om te werken aan de constructie van het mens-zijn, zowel persoonlijk als als gemeenschap, dan is de uitdaging duidelijk.

 

Hoe kunnen wij de verhalen en rituelen die ons binnen de westerse traditie zijn overgeleverd, ontvangen en vertalen zodat ze ook in de toekomst het leven kunnen duiden, structureren en de mensen dus kunnen helpen zichzelf en de wereld beter te verstaan. In, maar ook buiten de geloofsgemeenschap.

 

Het gaat dan naast die rituelen vooral om de verhalen die in de bijbel worden verteld, Niet allemaal, maar toch eigenlijk wel heel veel. Die verhalen gaan over ons, ookal komen wij er niet in voor. Zij vertellen ons wie wij zijn, wij, mensenkinderen, kinderen van Adam. Zoals de Fransen het zeggen : Ce sont des histoires qui nous racontent. 

Over aartsvaders, mislukkende koningen, wanhopige profeten, over exoduservaringen en woestijnreizen, verhalen die de ballingschap hebben doorstaan, die de afgrond dus kennen. Verrassend niet moralistische verhalen, zijn het. Ze laten ons mensen zien die falen, maar ook ‘zichzelf overstijgen’. Ze roepen, allen tesamen, een beeld op van wat ‘ware humaniteit’ zou kunnen zijn, geen opgepoetst verhaal, maar een realistisch verhaal, een verhaal onder hoogspanning.

 

En als summum en inbegrip: het verhaal van de mens Jezus (Adam, maar dan nieuw), maar liefst 4x verteld. Om je eraan te kunnen spiegelen, je erdoor te laten bevragen. Het verhaal van een mens die zo intens menselijke leeft, in woord en daad, dat zijn dood zijn leven niet opheft, maar nog meer kracht geeft.

Hoezeer dat verhaal werkt, als het niet op het niveau van de feiten wordt verteld en er geen duidende dogmatiek aan te pas komt, dat kun je afmeten aan de manier waarop er de vele Passie-uitvoeringen wordt gereageerd. Ze zeggen de mensen meer dan de mis… en door de muziek wordt de stoorzender van de expliciterende theologie zo goed als uitgeschakeld.

 

Krachtiger verhaal dan die passie is er niet… maar dan moet het wel zo verteld worden, dat de lagen onder de ratio, onder het feitenrelaas, worden aangeboord. Dan communiceert het, dan wordt door de vertelling (narratief en muzikaal) de mens in zijn mens-zijn vooruit geholpen. En dan speelt God een hoofdrol. Hij is een onmisbaar personage in de verhalen die de mens vertelt om zichzelf te constitueren/construeren.

 

In al die verhalen wordt ons leven verteld… Tua res agitur. Terwijl je je die verhalen eigen maakt, krijg je structuren, interpretaties, perspectieven aangereikt, waardoor je ook je eigen leven beter leert begrijpen, er meer vat op krijgt. Zo leer je je eigen leven vertellen op een niet simplistische manier. Dat is essentieel. Het zijn mens-wordingsverhalen. [Theologie als verhalen van hoe de mens 'mens' wordt. Lees ook dit korte theologische résumé: theologie in een notedop ]

 

Ons eigen leven tot een verhaal maken, doen we allemaal, maar vaak veel te simplistisch, kortzichtig, vaak zwart-wit. Vaak ook met zeer beperkte en beperkende groepsindelingen (in-group / out-group), ‘wij tegenover zij’ verhaal. En als het gaat spannen, lopen we vast, het botst, het breekt, en we kunnen niet verder. En coping met onze eigen dood en die van geliefden, is vaak zo’n punt.

 

Het is zaak dat we verhalen horen, waarin vrijheid en bepaaldheid, dadendrang en acceptatievermogen samen voorkomen, waarin het persoonlijke en gemeenschappelijke beide essentieel zijn, waarin interne dynamiek en uiterlijk vormgeving op elkaar betrokken worden, om maar eens enkele exisntentiële spanningsvelden op te noemen, waar simplistische verhalen ons in de kou laten staan, door slechts één van beide polen te thematiseren.

 

Wie met die ogen naar de christelijke erfenis kijkt, zal vaststellen dat daar rijke stof in aanwezig is, hoopgevende ook. Complex als het leven zelf. Niet alleen daar, godzijdank niet. Ook daarbuiten, maar vandaag gaat het over de christelijke erfenis.

 

De kunst zal echter zijn om die verhalenrijkdom, die dus zin en structuur geeft aan het leven, te laten horen, d.w.z. in de gewone vieringen natuurlijk, maar gezien dat een verdwijnend aanbod is, daarbuiten…

 

Ik neem uit de traditie dus graag dat narratieve mee…

Dat op een dieper dan feitelijk niveau mijn leven structuur geeft. En ik zou wensen dat de kerk van Christus, los van dogma en moraal, die verhalen naar voren zou willen brengen… Waar maar mogelijk.

Ze zal daarvoor het Oude Testament moeten herwaarderen, als een eigensoortig onderdeel van haar boodschap. En die verhalen niet stiefmoederlijk moeten behandelen, als illustraties van de leer of de moraal moeten gebruiken, zoals nu maar al te vaak het geval is.

 

Waarom doet de kerk daar niet veel meer mee dan, vraag ik me al jaren af? Waarom investeert zij daar niet haar resterende kapitaal in, in plaats van alles op palliatieve parochiezorg te zetten.

En het is zo moeilijk niet. De sterkste verhalen en de belangrijkste rituelen hebben in de afgelopen eeuwen zelf al hun culturele uitdrukkingsvormen gevonden in de kunst, m.n. in de muziek. Je hoeft die enkel de juiste setting en wat context te bieden (narratief) en ze spreken weer.

 

Kortom: Ik zie een christelijke erfenis, rijk aan verhalen waarin ons leven wordt verteld op een manier waarmee we ook in de toekomst verder kunnen.

En ik hoop van harte dat deze erfenis zo door de kerk wordt ontvangen dat het goede daaruit heel de samenleving ten deel kan vallen, als erfgoed dat helpt om de mens zo naar zichzelf te laten kijken, dat hij leert wat menselijk leven echt is.

Dick Wursten