|
||
| woensdag, 30 november 2011 |
|
|
Carissimi en Charpentier Muziek van en rond een Italiaanse meester en zijn Franse leerling
concert door het Antwerps Collegium Musicum o.l.v. Willem Ceuleers in samenwerking met La Furia ol.v. Bart Geurden.
Orgel: Willem Ceuleers
Over het volgende kunt u meer lezen verderop deze pagina Wat is een oratorium eigenlijk ? En was Charpentier wel een leerling van Carissimi ? en hoe was het om toen in dienstverband te werken ?
historia di Jepthe en mijn commentaar daarop staan op een aparte pagina
concertgegevens:
vrijdag 15 april
2005: 20.30 uur programma - Giacomo Carissimi (1605-1674): historia di Jephte - Marc-Antoine Charpentier (1636 -1704) Laudate Dominum
- Orgelmuziek van Italiaanse en Franse tijdgenoten Girolamo Frescobaldi (1583-1643) uit ‘Il secondo libro d’intavolatura di toccate (...)’ 1627: Toccata quinta sopra i pedali per l’organo, e senza Canzona prima Toccata ottava di durezze e ligature uit ‘Fiori Musicali’ 1635: Toccata avanti il Recercar Recercar Cromaticho post il Credo Jacques Boyvin (1653-1706)
uit ‘Livre d’orgue (...)’ 1700:
Suite du Premier Ton
Oratorium = gebedshuis... (ora et labora.. ora pro nobis) Frankrijk is een chauvinisitsch land. Dat één van hun nationale coryfeeën Marc-Antoine Charpentier, de man van het Te Deum.... de stiel zou hebben geleerd van een... Italiaanse Jezuïet... dat kan niet waar zijn. Op de franse muziekzender France Musique - zo las ik - zijn dan ook geregeld vlot sprekende en zeer overtuigende musicologen te horen die betwijfelen of hij wel echt in de leer is geweest bij Carissimi... De argumenten gaan alsvolgt: De Societas Jesu had heel stricte regels op alle terreinen van het leven, werd met strakke hand top to bottom geregeerd en één van de regels die algemeen geldig was: de kapelmeester mogen enkel werken tot eer en meerdere glorie van de orde en het de kerk. Giacomo Carissimi, kapelmeester van Collegio Germanico in Rome was één van hun coryfeeën... Het is dus onvoorstelbaar dat een jonge zwervende Fransman, artiste, zoekende naar zijn stiel... Marc-Antoine Charpentier bij de grote Carissimi in de leer zou kunnen zijn geweest.. Er zijn wel pruttelende tegenstanders, maar die worden vlot onder tafel geredeneerd.. Echter: Het cultuurtijdschrift uit de 17de eeuw: Mercure Galant schrijft in januari 1678 ter gelgegenheid van de opvoering van muziek van Charpentier, over hem "Il a demeuré longtemps en Italie, où il voyoit souvent le Carissimi, qui estoit le plus grand Maistre de Musique que nous ayons eu depuis longtemps": Hij woonde lang in Italie (effectief 3 jaar), waar hij geregeld Carissimi ontmoette, die de grootste muziek meester was, die wij sinds lang gehad hebben. De auteur van dit artikel schijnt een zeer goed geinformeerde en betrouwbare muzikant te zijn geweest..
Nog zoiets: Charpentier werkte de eerste 18 jaar van zijn carriere in frankrijk in dienst van de familie De Guise, nauw verbonden met het koninklijk hof (Louis XIV) en via de vrouwelijke lijn ook met het hof van Lotharingen... twee dames van die familie hadden zich over hem ontfermd, Mlle De Guise en Mme De Guise. Ik dacht eerst dat dat dezelfde was, maar in verschillende burgerlijke stand, maar het blijken tante en nicht te zijn... Mlle = de tante; Mme = de veel jongere nicht. Hoe ging dat eigenlijk vroeg ik mij af... in dienst zijn van een twee dames. Nou dat was best schokkend om te lezen.. Geheel binnen de regels van de toenmalige geciviliseerde wereld met haar zeer precies gedefinieerde omgangsvormen is dat het best te verstaan als absolute dienstbaarheid Charpentier was bezit van deze familie. Hij was in dienst gekomen toen de hertog nog leefde... en was overgeërfd.. gelukkig - hij had geen rechten - kon zo gedumpt worden - toen die stierf 1671. De plicht van de patron is om een muzikant onderdak, te bieden, te eten te geven. HIj woonde dus in het Hotel van de fam. De Guise en leefloon. Eveneens diende een patron als een goed huisvader voor zijn servants te zorgen. Het is vanzelfsprekend dat de kunstenaar niet eigen roem of eer zoekt, nooit de aandacht naar zichzelf trekt, maar altijd alles in dienst stelt van het project waar zijn meester in betrokken is. Bij de Guises is dat tot eer en meerdere glorie van de familie naam en de heilige Kerk, want daarin was de fam. De Guise al eeuwen lang een steunpilaar, zoals de hugenoten hebben mogen ondervinden. Zo wordt bij alle muziekfestiviteiten die de familie De Guise organiseerde de naam van de componist of tekstdichter of uitvoerende muzikant niet genoemd... Enkel de opdrachtgever, de inrichtende macht of degene voor wie het bestemd is... Bij de familie De Guise is dat tweeledig; Beide dames hadden zowel een zeer somptueuze levensstijl in wereldse zin... zij konden wedijveren met het hof van de zonnekoning.. en waren beide ook zeer vroom. Mme De Guise was al bijna abdis, toen haar vader overleed en ze op het laatste moment zijn wereldse taken overnam aan het hof. Ze bleef echter zeer intens in haar roomskatholieke vroomheid. Mle De Guise, geboren op Maria Hemelvaart was een vurig vereerde van Onze Lieve Vrouw. Sla Charpentiers oeuvre er op na en u vindtd een exacte kopie in muziek van dit dubbele engagement, van toneelmuziek, airs de cour tot zeer vrome mariavespers, met veel psalmen dus, lecons de tenebres natuurlijk en missen. Als Mlle De Guise overlijdt gaat de carrière van Charpentier verder in de kringen van de Parijse Jezuïeten. Tegelijk echter kan hij ook voor Port Royal schrijven... Een van zijn zussen was daar ingetreden... Alles samen levert dat een heel bont muzikaal oeuvre op... waarvan wij nu psalm 116 horen. De kortste van alle psalmen.
|
This site was last updated donderdag, 19 augustus 2010