Monday, 05 June 2017

 

Cantates van Johann Sebastian Bach / algemene inleiding

Naast de grote Passies die J.S. Bach heeft geschreven voor Goede Vrijdag, heeft hij ook – aldus de necrologie die na zijn overlijden in 1750 verscheen - 5 complete jaargangen kerkmuziek voor alle zon- en feestdagen geschreven, de zogeheten ‘cantates’. Ongeveer 2/3 hiervan is overgeleverd (een kleine 200 stuks), meestal in manuscript. Deze productie begon bij zijn aanstelling als ‘cantor van de Thomasschool’ en ‘muziekdirecteur van de stad’ in 1723. De cantate werd uitgevoerd naar de Evangelielezing en voor de preek. Het was Bachs bijdrage aan de Schriftuitleg, want dat is de bedoeling van deze liturgisch kunstvorm, die in de 18de eeuw zo’n hoge bloei heeft bereikt: een muzische meditatie leveren bij de lezing van de zondag, een gezongen preek.

Elke zondag van het kerkelijk jaar klonk deze muziek in Leipzig in één van de twee hoofdkerken (Nicolaikerk of Thomaskerk), uitgenomen de vastenperiodes voor Kerstfeest (Advent) en Pasen (de Vasten). De Lutherse traditie hield dus vast aan de oude traditie dat het orgel dan dient te zwijgen en er geen Figuralmusik (kunstige muziek) meer mocht klinken. De laatste zondag-met-cantate voor de vasten was de 7de zondag voor Pasen (zondag ‘Quinquagesima’ (= de vijftigste, nl. dag voor Pasen).


Na deze zondag was het dus soberheid troef in Leipzig, idealiter een tijd van inkeer en boete als voorbereiding op Pasen... en voor een cantor met een zekere ambitie plots een zee van tijd om eens met iets bijzonders uit te pakken als die periode voorbij is: een reeks kerstcantates die we nu het Weihnachtsoratorium noemen, of een hybride combinatie van passie-lezing en muziek: de Passionen. Ze konden zowaar eens grondig repeteren vooraf ! Iets wat er meestal niet of nauwelijks van kwam, omdat er in de rest van het liturgisch jaar geen tijd voor was.

This site was last updated Sunday, 19 February 2017