|
|
|
|
|
|
||
|
woensdag, 30 november 2011 |
|
|
Een gedicht, dat ook binnen kerkelijke kringen grote bekendheid geniet. Zoals ieder goed gedicht is het niet meteen helemaal duidelijk, waarover het gaat. Toch spreekt het voor zich, althans als wij even onze mond kunnen houden. In een goed gedicht (vind ik) vind je vaak allerlei betekenissen die zich door het mysterie van de taal hebben ‘verdicht’ tot één geheel. Poëzie heet dat, een Grieks woord dat o.a. ‘schepping’ betekent.
In deze bundel staan een aantal gedichten die teruggaan naar de tijd van ‘komaf’ en ‘thuis’. Je hoort dat Achterberg uit een ‘zwaar hervormd’ milieu stamt (1905 geboren in Neerlangbroek: ‘Godsdienst hing zwaar tegen de hanebalken’. Dit gedicht kreeg veel aandacht van kerkelijke zijde, toen het in 1953/1954 voor het eerst in Maatstaf werd gepubliceerd. Toen eindigde het overigens nog anders.
Wim
Hazeu schrijft in de biografie van Achterberg over dit gedicht: "A. Marja
vond dit beeld te traditioneel. Achterberg nam zijn suggestie over en
herwerkte het hele gedicht tot de bovenafgedrukte ‘definitieve’ versie uit
‘Vergeetboek’. De aandacht voor dit gedicht kwam met name uit calvinistische
kringen, waar de nadruk werd gelegd op het beeld van Christus als middelaar.
[...] Met Deïsme liet Achterberg wel een gedicht na, waarover in
poëzie geïnteresseerde theologen nog lang kunnen debatteren.” Criticus Kees
Fens gaf daarop al in 1961 een voorschot: de opvatting van God als
onbekommerde om het menselijk lot en Christus die zich de mens aantrekt zou
men 'een rigoureus doorgedacht calvinisme kunnen noemen’...
Over de titel: 'deïsme' = een godsdienstig-wijsgerige levensbeschouwing die niet op de openbaring, maar op de rede is gebaseerd en die er van uit gaat, dat God zich sinds de schepping nìet meer met het geschapene bemoeit, maar de dingen aan hun beloop overlaat, waarbij de natuurwetten redelijk worden geacht te zijn.
|
This site was last updated donderdag, 19 augustus 2010